terug

Verhuisreis: Georgia naar Californië


Donderdag 28 augustus 2003

Vandaag komen de verhuizers inpakken. Sita zit de hele dag op de porch te lezen om uit de weg te zijn en haalt lunch voor de 4 inpakdames. ‘sAvonds komt Chris terug uit Californië na 3 weken. Joepie!

De planten en ladder gaan naar Kyle & Kyle.

Vrijdag 29 augustus 2003

De verhuisdag. We zijn al bijtijds op omdat de verhuizers tussen 8 en 10 zullen komen. Als ze niet op komen dagen bellen we maar eens met de relocation company en de verhuizer. Het blijkt dat de verhuizers autopech hebben en niet weten wanneer ze er zullen zijn. Het was blijkbaar ook niet bij ze opgekomen om ons even te bellen. Uiteindelijk komen ze rond het middaguur. Het is een warme en vochtige dag en zelfs zonder de dozen en meubels te hoeven sjouwen, zitten we al te zweten… De verhuizers zijn rond 5 uur klaar en we doen nog een allerlaatste check in het huis. Sita gaat door alle kamers en alle kasten en vindt het schaakbord en alle Jip-en-Janneke kopjes! Dat hadden de dames op donderdag dus niet ingepakt.

We laden de dozen in de auto en rijden naar Charles en Lisa waar we kunnen logeren. Ze nemen ons mee uit eten bij de Thai – erg lekker.

Zaterdag 30 augustus

We slapen uit, ontbijten met Charles en Lisa en vertrekken uiteindelijk pas om half 12. We moeten naar Kentucky waar we Mammoth Cave willen bezoeken. Om 1 uur rijden we Georgia (staat 1) uit en Tennessee (staat 2) binnen. We rijden op de I24 naar het noorden. De weg is uitgehouwen in de rotsen en we rijden door een prachtig, ruig landschap met stijle rotswanden. Helaas hebben we veel regen in Tennessee. Al vrij snel rijden we de Central Timezone in en kunnen we de klok een uur terugzetten. Daardoor zijn we al om 3 uur in Kentucky (staat 3) en hebben 251 mijl gereden. Het is nog steeds onweersachtig. Omdat het Labour Day weekend is verwachten we dat het erg druk zal zijn in Mammoth Cave National Park en we besluiten een ander park op te zoeken om te kamperen. We zetten de tent op in Barren River State Park in de zon en zodra we het regenzeiltje hebben opgezet gaat het regenen… Aan de ingang van het park zagen we een interessante tekst: “A person is guilty of drinking alcoholic beverages in a public place when he is drinking alcoholic beverages in a public place”. Weten we dat ook weer… Dat geldt waarschijnlijk niet voor dit park aangezien iedereen er met een biertje in de hand rondloopt, dus we schenken onszelf maar een pastisje in.

Zondag 31 augustus 2003

We worden om half acht wakker en als we de tent uit willen kruipen, begint het weer te plenzen. Dan maar uitslapen. Als het droog wordt zetten we koffie, gooien de tent los in de auto om te drogen en vertrekken om half 11 naar Mammoth Cave.

Mammoth Cave (bron: park brochure)

Daar is het inderdaad erg druk en we schrijven ons in voor de Frozen Niagara tour. Mammoth Cave is een enorm ondergronds gangenstelsel waar men al 350 mijl van ontdekt heeft in drie verschillende lagen (zie plaatje).

Voor onze tocht-met-gids gaan we langs een lange, smalle trap met 300 treden naar beneden; er lijkt geen eind aan te komen. Chris is helemaal in zijn nopjes – Sita is minder gelukkig onder de grond. Gelukkig komt er aan de smalle trap een eind en we lopen door smalle en brede gangen en een aantal open ruimtes. Ondertussen vertelt de gids hier en daar een geologisch verhaaltje over het ontstaan van de grot. Tegen het einde van de toer komen we langs de "Frozen Niagara” – een prachtige rotsformatie die inderdaad aan een waterval doet denken.

Frozen Niagara

Na onze ondergrondse tocht moeten we weer op pad want we hebben nog niet veel mijlen gemaakt sinds ons vertrek uit Georgia. Om 5:40 PM rijden we Indiana (staat 4) binnen met 446 mijl op de teller, terwijl we de Ohio River oversteken. We blijven niet lang in Indiana – dat hebben we tenslotte al bezocht op onze vorige tocht door de VS – en om half zeven steken we de Wabash River over en zijn in Illinois (staat 5, 498 mijl). Er staat niet veel water in de Wabash op dit moment, maar het is een indrukwekkende bedding en de boomstammmen liggen vijf meter hoog tegen de brugpilaren opgestapeld. In Illinois is er niet veel om naar te kijken in de omgeving. We rijden door eindeloze velden met mais en iets groens. We komen er later achter dat het groene de sojabonen zijn.

Rond half negen en in het donker komen we aan op de campsite in Washington County Conservation Area.We hebben een mooi plekje onder de bomen waar alleen tenten mogen staan en het is daar dan ook erg rustig. Verder is de campsite erg luidruchtig, maar we staan een stukje bij de RV’s vandaan. Het is hier ongelooflijk warm, vochtig en klef. We drinken een flesje wijn in het donker en maken gebruik van de douches. Dat heeft niet veel zin want het blijft de hele nacht zo warm en vochtig dat we liggen te transpireren bovenop de slaapzakken.

Maandag 1 september 2003

We zijn om 7 uur al op weg en willen een heel eind rijden. We hebben tenslotte maar een week om in Californië te komen en hebben nog wat bezienswaardigheden op het programma staan. Het is bewolkt en we hebben nogal wat regen ’s ochtends. Na een uurtje staat de teller op 647 mijl en rijden we bij St. Louis de Mississippi over naar Missouri (staat 6).

Aan de west kant van St. Louis steken we voor het eerst de Missouri over. Om 10 uur hebben we nog steeds veel regen; het is grijs met laaghangende bewolking – de sogenaamde "low sky county”. We kunnen in ieder geval niet meer klagen over de hitte.

Missouri River

Als we na het tanken weer verder willen, horen we een naar geluid onder de motorkap. Chris probeert te ontdekken wat het is, maar kan er niet achter komen. We besluiten er niet mee door te rijden en stoppen in Mound City – 1286 inwoners. Daar is een garage, die uiteraard dicht is op Labour Day… Op dinsdag zal ie echter om half 8 al open zijn. Het is pas 1 uur en we bekijken de Labour Day markt van Mound City met een hoop pistolen, geweren, oude puinhopen, etc. Gelukkig is de supermarkt wel open en kunnen we wat kopen voor op de bbq. Daar hebben we nu tijd genoeg voor. Daarna gaan we maar op zoek naar de dichtsbijzijnde campsite.  We zijn gewoon gestrand en er is niets aan te doen. De keuze valt op Big Lake State Park, wat erg moeilijk te vinden blijkt te zijn. Onze kaart is niet erg gedetailleerd en men is niet erg scheutig met state park bordjes in dit deel van Missouri. 

Na wat rondrijden en ouderwets padvinden, komen we toch in het state park waar bijna niemand is. We vinden een mooi plekje aan de waterkant. De vissen spartelen vrolijk in het rond en Chris pakt zijn verjaarscadeautjes uit. Omdat hij op zijn verjaardag in CA was, had hij die nog te goed. Daarna barbequen we in de avondzon. In de schemering landen er honderden pelikanen op het meer.

Borrelen met uitzicht op het meer in Big Lake State Park


 

Dinsdag 2 september 2003

Pelikanen op Big Lake.

De pelikanen hebben ook de nacht in Mound City doorgebracht. Het is een prachtig gezicht om al die vogels op het meer te zien. We hebben gisteren al gezien dat er genoeg te eten is voor ze in het meer en de pelikanen duiken dan ook steeds onder voor een maaltje.

Om kwart over zeven zijn we op weg naar Mound City. Na de auto te hebben afgeleverd, ontbijten we bij Quakers – de locale kroeg/eettent. We zijn er al snel achter dat de eendenjacht hier erg populair is. Bij de garage hingen allerlei eendenprijzen en eendenschilderijtjes aan de muur en bij Quakers staat de tv op het "jacht”-kanaal.  Uit de lokale gesprekken leren we dat de maisoogst niet geweldig is dit jaar omdat er te weinig regen is gevallen. Na eieren, spek en veel koffie, gaan we weer naar de garage, waar ons verteld wordt dat het onderdeel besteld is en er rond 1 uur zal zijn. De airconditionercompressor moet vervangen worden. We kijken al uit naar een ochtendje site-see-en in Mound City... We wandelen door het dorpje, wat heel aardig is en men continue naar ons zwaait – waarschijnlijk inmiddels al de talk-of-the-town – die gestrande tiepes uit Georgia die op weg zijn naar Californië, via Mound City, Missouri. Wandelen door Mound City brengt ons langs een kapper, waar we ons allebei uit pure verveling laten knippen.

Hoofdstraat van Mound City - Missouri.

Helaas blijkt in de garage dat men het verkeerde onderdeel besteld heeft en uiteindelijk wordt besloten om het gewenste onderdeel in de dichtsbijzijnde stad op te halen (St. Joseph – of St. Joe, zoals men hier zegt). Wij begeven ons wederom naar Quakers – deze keer voor de lunch. Om 4 uur zijn we $310 armer en kunnen we gelukkig weer op weg.

We hebben 1073 mijl gereden als we Iowa (staat 7) binnenrijden, waar we gelijk linksafslaan naar Nebraska (staat 8, 1086 mijl). We steken voor de vierde en laatste keer de Missouri over op een brug die steil omhoog loopt om de duinen aan de westoever te beklimmen en Nebraska te bereiken. We komen door Nebraska City waar we doorsteken naar de I 80 die langs de beroemde Platte River loopt. Behalve de I 80 die de rivier volgt, lopen alle wegen in Nebraska (en dat zijn er niet veel) precies noord-zuid of oost-west. Het is een warme en zonnige middag. Het landschap is zacht-glooiend en een welkome afwisseling na het vlakke Missouri-dal, waar we alleen maar tegen mais en sojabonen hebben aangekeken.

Platte River - kan je je voorstellen hoe men hierop voer (lees: Centennial!)

We willen graag aan de Platte kamperen, maar kunnen er geen goede kampeerplek vinden. We maken dan maar foto’s in de ondergaande zon en rijden vervolgens door naar Johnson Lake Recreational Area, waar we om 9 uur aankomen. De ranger is er nog, wat ons verbaast aangezien er maar één andere tent staat op het hele terrein. Het is een mooie camping, die helaas nogal dichtbij de weg ligt en we zitten min of meer in het licht van een benzinepomp aan de andere kant van de weg. Maar het is er rustig en we zijn er alleen maar om te slapen.

Platte River bij zonsondergang.


Woensdag 3 september 2003

Het is nog donker als we opstaan om 6 uur en na een half uurtje zijn we op weg. Er staat 1318 mijl op de teller. Om tien over acht rijden we de Mountain Time Zone in en winnen we weer een uur. We willen graag wat zien van de echte prairie en gaan bij Roscoe de snelweg af. De binnenlanden van Nebraska zijn uitgestrekt en leeg. In de heuvels zien we veel vleeskoeien en kuddes paarden. We bespreken de mogelijkheid om een ranch te kopen... Hier en daar staat er één te koop. Na een tijd lang langs het spoor te hebben gereden, waar eindeloos lange treinen met kolen over rijden, komen we in Alliance. Hier begint de landbouw weer en we zien eindelijk graanvelden, die allang geoogst zijn natuurlijk. Verder staat er iets wat op suikerbieten lijkt.

Vanaf hier rijden we naar het noorden, richting South Dakota en de Black Hills. Om kwart voor 11 zijn we in South Dakota (staat 9, 1638 mijl), waar we al eens eerder zijn geweest. We stoppen om foto’s te maken van prairiedogs.  Deze beestjes wonen in grote groepen bij elkaar en zijn erg sociaal. Om de beurt staan er een paar op wacht die de rest waarschuwen als er gevaar dreigt. Dan roepen/gillen ze naar elkaar en schieten snel in hun holen onder de grond. 

<--Prairiedogs -->

Na boodschappen gedaan te hebben in het plaatsje Custer, gaan we naar het Crazy Horse Memorial. Hier hadden we de laatste keer geen tijd voor en hebben toen Mount Rushmore bezocht met zijn vier presidenten. Het Crazy Horse Memorial is voor Native Americans (Indianen) wat Mount Rushmore is voor de rest van Amerika. Het is een gigantisch in de rots uitgehouwen beeld wat nog lang niet af is. Waarom moet er toch altijd met rotsen geknoeid worden? Mount Rushmore, Stone Mountain, Crazy Horse…

Crazy Horse Memorial (bron: park brochure)

Men is begonnen met het beeld van Crazy Horse in 1948 en pas in 1998 – 50 jaar later – was het hoofd af. Het hoofd alleen is al 30 meter hoog. De beeldhouwer die het beeld ontworpen heeft, Korczak Ziolkowski, is inmiddels overleden, maar gelukkig had hij een hoop kinderen gemaakt (10), die zijn werk voortzetten.  Het Crazy Horse Memorial is een privé ondernemening die moet bestaan van giften (en geen subsidie) en er kan dus alleen gewerkt worden als er geld is. Het zal nog jaren duren voor het af is. We vroegen ons af of we dat nog mee zouden maken. Chris was er optimistisch over.

Hier werken mensen aan de ogen van Crazy Horse.

Crazy Horse Memorial op schaal. Zo moet het er uiteindelijk uit komen te zien... Maar wanneer???

Crazy Horse Memorial zoals wij het gezien hebben. Er is al hoop rots weggebikt.

 

Black Hills

Na het gebruikelijke filmpje, museum en  foto’s maken, gaan we verder en rijden door de prachtige Black Hills. Het is geen wonder dat dit een “heilige” plaats was voor de Indianen – de natuur is er adembenemend mooi. Helaas vonden de blanken goud in de Black Hills, wat zorgde voor bloederige confrontaties met de Indianen. Ook vonden de Indianen er mica wat ze lang geheim hebben kunnen houden en wat ze verhandelden in het oosten. Wederom bespreken we de mogelijkheid om een ranch te kopen en koeien of bizons te houden… 

 

Devil's Tower (Bear Lodge)- makkelijk te vinden...

Om 3 uur zijn we in Wyoming (staat 10, 1746 mijl), waar we  Devil’s Tower willen bezoeken.  Al snel komen we er achter dat de Indianen deze berg “Bear Lodge” noemden, dus we houden ook maar deze naam aan: De berg is wel heel indrukwekkend, maar niet “duivels”… Net als Stone Mountain is Bear Lodge een stuk magma wat omhoog is geduwd en afgekoeld. De kolommen zijn de scheuren in de rost die ontstaan zijn tijdens het afkoelen. Bear Lodge is een klimmersparadijs en ruim 5000 klimmers komen naar Wyoming ieder jaar en er zijn inmiddels 220 verschilllende routes gevonden om op de top te komen.

Bear Lodge. (bron: park brochure)

Wij houden het bij het maken van een wandeling rond de voet van de berg en bekijken de klimmers van een afstandje met een verrrekijker. ‘sAvonds kamperen we in dit park en hebben uitzicht op Bear Lodge. Om 8 uur zien we halverwege de rotswand nog een lampje van een klimmer die nog naar beneden moet.

 

Klimmers op Bear Lodge.

Uitzicht vanaf onze kampeerplek: Bear Lodge in de avondzon.

 

 

 

 

 

 

 

Donderdag 4 september 2003

Big Horn National Forest.

Sita krijgt de schuld van het vergeten de wekker aan te passen aan de plaatselijke tijd en we vertrekken al om 6 uur – dat is wel erg vroeg. Wyoming is groot, geel, glooiend en leeg.  Onderweg zien we pronghorns en jaknikkers. Vervolgens rijden we in Big Horn National Forest door prachtige bergen en langs stijle rotswanden en daarna zijn we ineens in de woestijn – dor en droog.  Wederom heel leeg, maar heel veel jaknikkers. We komen door een schattig plaatje, Worland, waar het groen is en velden worden bewerkt. Hierna rijden we over een County Road met aan de linkerkant heuvelachtige woestijn en aan de rechterkant groene velden. Het lijkt er soms op dat de ranches verlaten zijn, maar dan ineens zien we in de verte kuddes. Verder staan er in de grote leegte altijd hekken – mijlen en mijlen en mijlen hekken.

Big Horn National Forest

Big Horn National Forest

Prachtige kleuren in de woestijn.

Na een korte stop bij het Buffalo Bill Dam Visitors Center in de Shoshone River, rijden we door een adembenemend mooi dal naar Yellowstone National Park.  Bij de ingang wordt ons verteld dat er bosbranden zijn en dat we de eerste 25 mijl niet mogen stoppen in het park. We zien overal roompluimen en zwartgeblakerde bomen – een treurig gezicht. We nemen een campsite in Grant Village, omdat daar douches zijn (die hadden ze niet bij Bear Lodge). We zetten de tent op en eten wat – de vogels zijn waanzinnig brutaal en proberen het brood uit onze handen te stelen. Vervolgens gaan we de rest van de middag geisers kijken – en daar hebben ze er een heleboel van in Yellowstone! We beginnen bij de bekendste: Old Faithful.  Zoals de naam al aangeeft is deze erg betrouwbaar qua uitbarstingen en daardoor erg populair bij de bezoekers. In de buurt van Old faithful zijn allerlei andere kleinere en grotere geisers en met het boekje in de hand maken we een lange wandeling vele, vele geisers met namen als: Beehive Geyser, Giantess Geyser, Sawmill Geyser, Castle Geyser, etc. Ze stinken verschrikkelijk en bubbelen en pruttelen dat het een lieve lust is.

Geyser Works (bron: park brochure)                                                                                                         Old Faithful.

Tijdens onze wandeling zien we ook een bizon mannetje van heel dichtbij en een kudde blacktail deer, inclusief een mannetje met een prachtig gewei. Na achten zijn we pas weer terug op de camping waar we net op tijd zijn voor de douches, die om half negen dicht gaan (tja een beetje vreemd…).

Een eenzaam bizon mannetje komt heel dichtbij de mensen, maar trekt zich niets van hen aan - hij is toch veel sterker...

Bizons in Yellowstone Park.

In de verte zie je de rookpluimen van de bosbranden.

Borrelend geisertje zonder naam.  In het riviertje op de achtergrond stroomt warm water waar tropische vissen in voorkomen.

Pruttelen en stinken. Oppassen voor geisers die ineens gaat spuiten - het water is echt heet.

Dampende geisers in de zonsondergang.

Reeen  grazen graag op de warme grond tussen de geisers.

Een ree-afspraakje bij Castle Geyser.

Heel helder water en een prachtige weerspiegeling in de Beauty Pool.

Vrijdag 5 september 2003

Onderweg naar de Mud Volcanoes: Overal komt stoom uit de grond.

We hebben inmiddels 2293 mijl gereden en verlaten om kwart over acht de campground. Yellowstone is een gigantisch park en we kunnen niet alles bekijken, maar wel zoveel mogelijk natuurlijk en we hebben een vol programma. We gaan eerst naar de Mud Volcanoes, waar het wederom bubbelt en pruttelt en stinkt. Geisers zijn moeilijk te omschrijven – het is een interestant verschijnsel en boeiend om te zien hoe het water en de modder uit de aarde omhoog borrelt.   Het hele park is een actieve vulkaan en men kan niet altijd goed voorspellen waar en wanneer een geiser zal gaan  spuiten. De bezoekers worden hier in alle boekjes voor gewaarschuwd.  Dit leek ons logisch, maar de gemiddelde Amerikaan wil graag op tijd vermaakt worden en verwacht blijkbaar dat de geiser het "op tijd” doet – alsof het een druk op een knop is of zo.

Mud Geyser.


Blacktail Deer langs de weg.

Als je door Yellowstone rijdt zie je overal stoompluimpjes. Het is onmogelijk om alle geisers te zien in 2 dagen en eerlijk gezegd wordt je na een poosje ook geisermoe. (Had ik al vermeld dat de lucht niet te harden is?…) Gelukkig zijn er ook andere dingen te bewonderen en zo zien we bijvoorbeeld in een vallei een enorme bizonkudde en in de Yellowstone River maakt Chris een foto van een 2 jaar oude elk stier. We zijn ook op zoek naar "moose” maar zien er jammer genoeg niet één. Moose zijn nogal zeldzaam in de VS (ze houden van rust en van kou), maar ze komen in Yellowstone voor en we willen er heel graag één zien! 

Een kudde bizons aan de Yellowstone River.                                                            Twee jaar oud elk mannetje in de Yellowstone River.

Onze tweede stop is bij de Grand Canyon of the Yellowstone. Een enorm stijle kloof waar je in kan afdalen via een trap. Het gaat eindeloos naar beneden en op de weg naar boven telt Chris de treden – het zijn er 326. We hebben onze training dus in ieder geval gehad voor vandaag. Het is de inspanning dubbel en dwars waard trouwens en we worden beloond met een prachtig uitzicht op de watervallen.

Grand Canyon of the Yellowstone

Vervolgens gaan we naar de Mammoth Hot Springs, die bekend zijn om hun prachtige kleuren. In het hete water leven verschillende micro-organismes die de kleuren veroorzaken. Helaas is het een bewolkte dag, waardoor de kleuren niet helemaal tot hun recht komen.

Mammoth Hot Springs

Mammoth Hot Springs

Mammoth Hot Springs

Mammoth Hot Springs

Na de Hot Springs gaan we op zoek naar de Obsidian Cliffs waar de toren van Saruman (LOTR) van gemaakt is. Hoewel de plek op ons kaartje aangegeven staat,blijkt het niet een officiële toeristenattractie te zijn en we hebben wat moeite om het te vinden. Uiteindelijk vinden we wat obsidian rotsblokken langs de weg, maar geen obsidian rotswanden zoals we gehoopt hadden.

Obsidian Rock.


 

We maken nog een korte stop bij de watervallen van Firehole River Canyon en verlaten dan YellowStone Park aan de zuidkant. Grand Teton National Park staat nog op het verlanglijstje en over twee dagen moeten we in Sunnyvale zijn.  De tijd begint dus te dringen en om die reden besluiten we deze avond Yellowstone al te verlaten en in Grand Teton te overnachten. Deze twee parken liggen 13 kilometer uit elkaar met ertussen ook een natuurgebied, dus een mooi tochtje. We nemen de eerste campsite die we tegenkomen in Grand Teton: Lizard Creek campgound. Het is er erg rustig en we vinden een mooi plekje onder de bomen waar we net voor donker de tent opzetten.

Lizard Creek campground

 

Zaterdag 6 september 2003

‘s Nachts heeft het een beetje geregend en als we opstaan om 7 uur is het erg grijs, maar droog. De droogte duurt helaas niet lang en we bezichtigen Grand Teton in de regen en de wolken. We hebben echt pech! De bergtekens zijn echter erg indrukwekkend met de toppen in de wolken en we maken toch maar wat foto’s en stoppen vaak als de wolken even optrekken. Het is jammer dat we hier niet langer kunnen blijven – we zouden er mooie wandelingen kunnen maken.

De indrukwekkende bergketen van de Grand Teton.


De hoogste Teton komt even uit de wolken.


Om half 12 komen we in Idaho (staat 11, 2625 mijl) waar we door een glooiend landschap rijden. Uiteraard is het nu droog… Drie kwartier later zijn we al in Utah, de 12e staat op onze tocht. Na Bear Lake rijden we door de bergen waar gelukkig de zon schijnt. Op weg naar het plaatsje Logan komen we door een dal waar geen eind aan lijkt te komen. In Logan doen we boodschappen en gaan daarna de snelweg op richting Salt Lake City. We kunnen de bekende tempel van verre zien liggen, maar wij slaan af naar het westen op Interstate 80. We stoppen nog even aan de oever van het Salt Lake, wat werkelijk enorm is. 

Salt Lake - niet zoveel aan te zien...

Op de snelweg schieten we goed op en rijden door de zoutwoestijn naar Nevada. In deze woestijn werd ooit het wereld snelheidsrecord gereden van 622 mijl per uur. De weg door de woestijn is lang en recht zonder afslagen of bezinepompen – hier wil je geen autopech krijgen. Tegen vijfen komen we in Nevada (staat 13, 2926 mijl) waar we weer een uur winnen en het is dus kwart voor vier. We zijn nog steeds in de woestijn en tot onze opperste verbazing gaat het regen!… in de woestijn!…

De zoutwoestijn doet pijn aan je ogen.

De kaart van Nevada is opvallend leeg; weinig plaatsjes, weinig wegen en ook weinig parken. Nevada heeft precies twee snelwegen; de I15 door Las Vegas in het zuiden en in het noorden de I80 van Salt Lake City naar Reno. Daar tussenin zijn grote uitgestrekte National Forest gebieden, maar die zijn voor ons te ver van de snelweg vandaan. We vinden een camping nabij het plaatsje Elko in de South Fork State Recreational Area. Het terrein is helemaal leeg, geen boom te zien. Hierdoor hebben we een prachtig uitzicht op de bergteken van het Humboldt-Toiyable National Forest. Het gonst op de camping werkelijk van de muggen, de herrie is onvoorstelbaar.  Toch worden we, met behulp van lange mouwen en anti-muggenzooi, eigenlijk niet gebeten.

Eindeloze leegte in Nevada.
 

South Fork SRA - Het mooiste kampeerplekje van deze reis.

De zon gaat heel langzaam onder op de bergteken van het Humboldt-Toiyable National Forest.

Zondag 7 september 2003

I 80 door de woestijn.

Onze allerlaatste reis/vakantie-dag! De week is natuurlijk veel te snel gegaan. We vertrekken om 10 over zeven met 3052 mijl op de teller. Met 80 mijl per uur racen we over een lege I 80 en genieten van de prachtige zonsopkomst. Nevada is een niemandsland. We vermaken ons met op de kaart op te zoeken hoe de kale bergtekens heten, want verder is er gewoon niets te zien. Mijnbouw lijkt de enige vorm van bestaan hier. Er wordt koper, ijzer en kolen gewonnen en we komen langs het plaatsje Tungsten dat vernoemt is naar dat element. Tungsten werd hier voor het eerst gevonden in 1922 en vervolgens tot 1957 gedolven uit diepe mijnschachten. Het meerendeel van de Tungsten dat in de wereld gebruikt werd kwam hier uit Nevada.

De snelweg volgt een lange tijd de Humboldt River, die 100 mijl lang is en eindigt in de woestijn in de Humboldt Sink. De plaatsjes in Nevada bestaan voornamelijk uit "double-wide”-trailers alsof een huis bouwen eigenlijk niet de moeite is. Er zijn dan ook geen bomen, dus waar zou je de huizen van moeten bouwen?

Rond het middaguur komen we in California (staat 14, 3393 mijl), ons nieuwe thuis… We zijn er sneller dat verwacht en besluiten een tochtje langs Lake Tahoe te maken door de bergen. De bergen zijn hier erg hoog en we hebben waanzinnige uitzichten. Het plaatsje Lake Tahoe is vreselijk toeristisch en na er voor de hoofdprijs getankt te hebben gaan we er snel weer weg. Lunchen aan de rand van het meer zit er niet in.

Lake Tahoe.

We zijn nu weer echt in de bewoonde wereld en in de zondagmiddag drukte worstelen we ons door Sacramento richting San Francisco. We hoeven niet door San Francisco en rijden via de oostkant van de Bay naar Sunnyvale. Om kwart voor 5 en na 3637 mijl komen we aan in Sunnyvale, waar we onze intrek nemen in de Pacific Inn of Sunnyvale.

Terug naar Compleet Oliebol Archief Overzicht