Het is alweer een tijdje geleden dat Daniel ons vroeg om mee te gaan hiken aan de
"Lost Coast". Natuurlijk wilden we wel mee, maar er was nog geen
datum geplanned. Een andere collega - Ajit - wilde graag eens met ons
kamperen. Hij had er geen ervaring mee en wilde graag met z'n vrouw kamperen
(die is voor een paar maanden in India om haar masters degree te halen). We
dachten dit te combineren en deden wat research naar de lost coast. We
bestellen een kaart, plannen een route, spreken een weekend af.
Sita denkt in eerste instantie dat ze al die fitte mannen niet bij zal kunnen houden, maar als we het plan presenteren om de eerste dag 7,5 mijl te lopen en de tweede dag 9,5 geven de reacties al wel aan dat ze zulke afstanden niet gewend zijn. Het eerste deel is steil en met drie flinke klimmen een vermoeiende tocht. De tweede dag hebben we dan een lange klim en daarna is het allemaal wat vlakker.
Het is wel een heel eind rijden en we willen vroeg weg. Uiteindelijk zitten we niet voor 4 uur in de auto - en op een vrijdagmiddag is het natuurlijk druk. In San Franscisco is het al druk en net na de Golden Gate bridge staan we al in de file. Dit duurt zo een tijdje, maar naarmate we verder naar het noorden komen lost de file uiteindelijk op en kunnen we flink doorrijden. De laatste stukken over highway 101 is tweebaans en gaat iets minder vlot, maar het is wel een mooie omgeving. De zon begint al te zakken als we links afslaan op highway 1 naar de kust. De 1 is hier ontzettend kronkelig en we rijden onder de redwoods - daar is het al donker. Chris ziet in de schemering nog een reebok de weg af springen, maar dan is het echt donker en het begint ook nog te misten. Naarmate we dichter bij de kust komen wordt de mist steeds dichter en uiteindelijk zien we bijna geen hand voor ogen.
Niet zo raar dus dat we in eerste instantie het kleine zijweggetje dat naar het
State Park gaat voorbij rijden. Door de mist hebben we niet eens in de gaten
dat we al bij de kust zijn en rijden heel wat mijlen door tot we op de kaart
zien dat we te ver zijn. We keren om en rijden heel voorzichtig terug, bij
elke afslag de auto kerend om bij het licht van de koplampen te zoeken naar
borden. Uiteindelijk vinden we dan het onverharde weggetje, het is inderdaad
heel beroerd aangegeven. We zoeken nog even naar dingen om de afslag te
markeren voor Daniel, Aaron en Birju die later komen. Onze inspanningen ten
spijt blijken zij later ook de afslag te missen.
Sita rijdt de stoere Kereven over het hobbelige en vooral stoffige weggetje naar de campground. Het is 5 mijl, maar in het donker, in de mist over het steile kronkelige weggetje doen we er een half uur over. Het is inmiddels 10 uur geweest en het is stikdonker. We komen bij het informatiebord en vragen aan een paar kampeerders hoe het hier werkt. Zij vertellen ons dat er verderop nog veel meer kampeerplaatsen zijn en we rijden een stukje verder. Het is hier echter om de een of andere reden erg druk en we vinden niet zo snel een plek. Bovendien, hoe verder we rijden, hoe minder waarschijnlijk dat Daniel en kornuiten ons kunnen vinden. We rijden dus terug naar de ingang en gaan vlak achter het informatiebord staan. We geven Ajit een cursus tent opzetten in het donker, en als alles staat, ingericht is en de plek betaald, koken we een prutje. We zitten net aan het bier als Daniel et. al. om een uur of 12 arriveren.
Daniel heeft een nieuwe tent gekocht. Wel mooi, vrij groot en niet te zwaar. Wij
denken dat het dak een beetje te plat is voor sneeuwkamperen, maar dat was
niet direct z'n bedoeling. Het is wel grappig om ze met de tent te zien
prutsen. Een tent opzetten in het donker is een ding - voor de eerste keer
een tent op zetten in het donker is wat anders. Ze zijn er trouwens niet al
te lang mee bezig en dan kunnen zij ook gaan koken. We drinken een biertje
en ouwehoeren wat. Voor we het weten is het 3 uur en natuurlijk al lang tijd
om te gaan slapen.
De volgende ochtend zijn we natuurlijk niet al te vroeg op en Chris buigt zich
nog 'ns over de kaart. Het weggetje waar we over willen shuttelen (om 1 auto
aan het noord einde van de trail te zetten) is erg slecht. Het zal ons
waarschijnlijk zeker twee uur kosten om daarheen te rijden en weer terug te
komen. We besluiten het plan wat om te gooien en de tweede dag niet de lost
coast trail te volgen, maar omhoog te lopen naar de weg. Dat is maar een
paar mijl rijden vanaf Usul campground waar we nu staan, en al snel hebben
Chris en Aaron de Kereven daar neergezet en zijn ze weer terug bij het begin
van de trail. Het is met het wegbrengen van de auto al duidelijk dat de
kaart niet geweldig is. Maar ja, het is de enige kaart die van het gebied
verkrijgbaar is en we doen het er maar mee (we hebben wel op veel slechtere
kaarten gelopen).
Dan gaan we eindelijk in een lange rij op pad. Het eerste stuk is flink klimmen en Chris houdt een rustig tempo aan over het pad dat met vele haarspeldbochten over de helling naar boven slingert. Al vrij snel klimmen we boven de mist en we hebben zelfs een beetje uitzicht. De mist is een verhaal apart. In de zomer warmt het zeewater natuurlijk flink op. Net voor de kust echter is een koude stroom die water uit Alaska en ten noorden daarvan aanvoert. Juist in de zomer borrelt het koudste water onder uit deze stroom naar boven. De warme vochtige lucht stroomt in de richting van het land en koelt af boven het koude water. Dit veroorzaakt natuurlijk dichte mist. In het voorjaar en najaar is dit effect minder sterk en de echte zomer in de stad San Francisco begint dan ook eigenlijk pas eind September...
Het is nog een heel stuk verder omhoog (zo'n 400 meter) en al snel halen Daniel en kornuiten ons in en verdwijnen in de verte. Ajit loopt heel fit achter ze aan. Niet zo heel veel verder zitten we met z'n allen onder een boom in de schaduw even uit te hijgen en wat water te drinken. Zo lopen we omhoog en over de top aan de andere kant weer heel steil naar beneden het dal van een klein stroompje in. De watertjes in dit gebied stromen van de bergen min of meer pal west naar de oceaan. Wij lopen over de trail tussen bergen en zee van zuid naar noord. De kust is nogal klifachtig, dus het pad loopt iets landinwaarts. Dat betekent wel dat we voor deze beekjes steeds 300 tot 400 meter moeten klimmen en daarna weer min of meer tot zeeniveau moeten afdalen.
Het dal is wel schitterend mooi en we zitten aan het beekje in de schaduw.
We besluiten om nog een klim en afdaling te maken en bij het volgende beekje
te gaan lunchen. We hebben nu uitzicht op de kust (we zitten net onder de
mist) en zien rotsen volgepakt met pelikanen en aalscholvers, grote velden
met kelp en de alom aanwezige zeehonden. Ook deze klim is weer vermoeiend (hoewel
niet zo hoog) en het pad is ook niet overal even goed; het is vaak scheef
(en dat loopt natuurlijk vervelend) en ook vaak overgroeid. We doen het dus
maar een beetje rustig aan. Het is warm in de zon, maar de eigenlijke
temperatuur hier zo aan zee is heel aangenaam en er waait vaak een lekker
briesje.
De volgende beek is ook weer heel mooi en we maken een aantal foto's voor het Burning Man project. Hier rusten we echt even en eten een broodje voor de lunch. Ajit wist niet goed wat-ie mee moest nemen, dus wij hebben het eten geregeld. Daniel, Aaron en Birju hebben veel te veel mee genomen, dus er is genoeg van alles. Uitgerust gaan we weer op pad. Nog een lange klim en afdaling en dan zijn we bij de kampeerplek. Het pad is hier beter en ook niet zo steil en de heren worden toch een beetje vermoeid. We hebben onze energie iets beter verdeeld en hoewel Sita het de eerste mijlen wat moeilijk had, lopen we nu soepel naar boven.
Naar beneden is een ander verhaal: Ajit geeft aan dat-ie toch wat last heeft van z'n knieën en vooral met de eindeloze afdaling is dat niet plezierig. We denken dat hij zich toch een beetje geforceerd heeft op het eerste stuk (met een rugzak lopen is toch weer wat anders - hoewel hij niet veel bij zich heeft) vooral op de stukken waar het pad scheef was. Langzaam schuifelen we met Ajit op sleeptouw naar beneden. We hebben geen haast verder: we zijn er bijna. Eenmaal bij de kampeerplek aangekomen wandelen we naar het strand. Daar is ook een plek maar die is al bezet. We zien hier wel twee enorme mannetjes elk met enorme geweien. We lopen een klein stukje terug en vinden een mooie plek die groot genoeg is voor onze 4 tenten.
We zetten de tenten op, drinken een drankje en gaan daan even op het strand wandelen. Er zijn overal zeehonden in het water die ons nieuwsgierig aankijken. Sita denkt dat ze ongeduldig zitten te wachten tot we eindelijk opkrassen... Dat doen we dan ook. Chris sprokkelt wat hout (er is niet veel) en we zetten ons aan het koken. Wij zijn er snel klaar mee, maar de heren - die inmiddels flink aan de whiskey hebben gezeten vooren een doorlopende komische voorstelling op. Het is erg gezellig en er wordt flink gelachen. We maken het vuur aan en Ajit krijgt de taak om het aan te houden. We maken het deze avond niet al te laat en we slapen als rozen.
De volgende dag staan we bijtijds op en hoewel we het rustig aandoen, ontbijten,
koffie zetten en de tenten afbreken en rugzakken inpakken, zijn Daniel,
Aaron en Birju nog lang niet zover. Gelet op ons langzamere klimtempo en
Ajit's langzamere daaltempo, besluiten we vast op weg te gaan voor de eerste
lange klim naar 1200 voet en afdaling (4 1/2 mijl). We denken dat ze ons wel
in zullen halen voordat we het strand van Wheeler bereiken. (Wheeler is de
naam van een plaatsje dat hier ooit was. Er is niets meer van over dan wat
funderingen en een gammele schoorsteen).
In eerste instantie denken we dat we een eindje terug moeten om de hoofd trail weer op te pikken (de kaart is hier - zoals in veel dingen – een beetje onduidelijk over). We zijn nog geen driehonderd meter op weg, of we vinden een enorme "elk bull" op ons pad. Hij is werkelijk enorm - zo groot als een paard. Deze lievertjes staan erom bekend dat ze nogal aggressief kunnen zijn. Een artikel in backpacker magazine beschreef wat je het beste kunt doen als je aangevallen wordt door Black Bears, Grizzly's, Mountain Lions en Elk. Bij elk stond: niks. Kortom een beetje spannend. Ajit en ik roepen wat en zwaaien met onze armen. Onze elk is niet onder de indruk.
We moeten er toch langs dus we banen ons een weg door het kreupelhout en hebben al snel het pad weer gevonden. Even later lopen we langs twee jongens die net op het punt staan zelf weg te gaan. OOk zij staan over dezelfde slechte kaart gebogen en zijn weten ook niet preceis waar de trail is. Als snel blijkt dat we toch terug moeten naar het strand. We vertellen het de twee jongens en kruipen weer langs de elk...
Als we eenmaal het pad gevonden hebben schieten we aardig op. Er liggen hier en daar verse elk keutels en vinden een plak waar ze hebben gelegen, maar we lopen er geen meer tegen het lijf. Het pad loopt hier over een soort weggetje. Dit hebben we gisteren ook al gezien, maar op de rotsige stukken is duidelijk dat het nooit veel breder is geweest dan het nu is. Het lijkt meer op een pad voor muilezel karavanen of zo... In ieder geval gaat het in het begin niet al te steil omhoog en kunnen we goed opschieten. Even verderop wordt het steeds steiler en we moeten af en toe even stil staan om op adem te komen. Dan zijn we ineens voor we er erg in hebben boven. Naar ons gevoel zijn we nog niet op 400 meter... Weer een foutje op de kaart, maar we klagen niet.
We zitten natuurlijk alweer ruim boven de mist en in de schaduw van een enorme boom (op een afgebroken tak, die zelf zo groot is als een flinke boom) rusten we even en drinken we wat water. Even later komen de twee jongens langslopen. Zijn blijken de hele weer ervoor uitgetrokken te hebben om de lost coast helemaal van zuid naar noord te lopen (niet alleen door Sinkyone Wilderness State Park waar we nu zijn, maar ook door de Kings Range ten noorden van hier). Hoewel we ze vertellen dat we op de top zijn lopen ze met hoogtemeter en kaart in de hand en ze verkondigen dat de top nog 60 meter hoger moet liggen. Goed hoor ;o))
Nu volgt er een vrij lang vlak stuk met hier en daar wat uitzicht en dan de
onvermijdelijke eindeloze afdaling. Ergens op het vlakkere stuk komen we ook
de twee jongens weer tegen. Ze vertellen dat ze net nadat ze ons op de top
gepasserd waren een zwarte beer hebben gezien! Ajit doet z'n best maar het
gaat nu eenmaal niet zo snel. Het is wel erg mooi, op een gegeven
moment weer in de mist, dat het licht dat extra tintje geeft. Het
laatste stuk van de afdaling is er recentelijk aan de trail gewerkt. Nogal
drastisch ook, het is zeker een meter breed en helemaal vlak gemaakt. Al
snel zijn we dan in Wheeler. We hebben uitzicht op de baai, een zwart
zandstrand, Wheeler Creek die zich een weg naar zee baant en honderden
zeevogels. Er is tussen de enorme aangespoelde boomstammen een heleboel plek
om te kamperen. Het is werkelijk een schitterend punt. Als we nog 'ns hier
in de buurt zijn moeten we proberen het zo te plannen dat we hier
overnachten.
We gaan zitten op een van de enorme boomstammen en smeren broodjes voor de lunch en drinken heel veel water. We filteren nog wat extra water uit Wheeler Creek. Als Chris naar het water loopt ontdekt hij de herkomst van de rooklucht die we af en toe ruiken. Een vorige kampeerder heet het kampvuur niet goed uitgemaakt. Het is dan wel op het strand dus het kan niet veel kwaad maar toch... Na het water filteren zijn we hier een uur geweest. Nog steeds geen Daniel. We overleggen hoe we het best een berichtje voor ze kunnen achterlaten en dan komen ze net aan. Ook zijn hadden in eerste instantie wat moeite om de doorgaande trail te vinden, maar zijn zijn er naar eigen zeggen een uur mee bezig geweest. Desalniettemin hebben ze dus niks op ons ingelopen...
Het is nu hun beurt om wat te lunchen en we besluiten om vast op pad te gaan voor de tweede helft: zo'n 5 mijl en 500 meter omhoog. Alweer moeten we even zoeken naar het pad, maar het is deze keer niet de kaart die het mis heeft, maar het pad dat we moeten hebben is zo overgroeid dat we het in eerste instantie missen. Al snel zijn we dan op weg. We lopen over de weg van Usul Road waar we de auto hebben achtergelaten naar wat vroeger Wheeler was. Iets minder spannend dan een klein trailtje, maar het betekent ook dat de klim heel gelijkmatig is. Hoewel het steil is, loopt dat toch makkelijker. Ook nu hebben we hier en daar wat uitzcht zodra we boven de mist zijn. We wandelen vrij langzaam maar gestaag naar boven. Ajit heeft nu toch ook moeite met naar boven lopen, maar hij kan het net bijhouden.
Na een uur lopen rusten we even uit. We worden meteen aangevallen door tientallen
muggen en de DEET moet eraan te pas komen om niet helemaal lek gestoken te
worden. We proberen op de kaart uit te vinden waar we zijn. Dat valt nog
niet mee, maar we lijken aardig opgeschoten te zijn. Als we even later weer
op weg gaan komen we langs een hek - we blijken al verder te zijn dan we
dachten. Het meeste klimmen zit er nu op en we lopen vlot door over het
kronkelige weggetje. Hier en daar staan enorme Coastal Redwoods (sequoia
sempervirens), dat blijft indrukwekkend. Bijna boven komen we een familie
tegen die een wandelingetje wilde maken. Ze hebben geen kaart bij zich en
wilden even naar het strand. Het is bijna 5 uur en we rekenen ze voor dat ze
niet voor donker terug kunnen zijn ook al blijven ze geen minuut aan het
strand...
Eindelijk zijn we dan boven. De Kereven staat er nog en als we de achterklep opendoen om de rugzakken in te laden en we in de koeler naar frisdrank zoeken blijkt het nog koud te zijn! We laten het ons smaken, terwijl we op de anderen wachten. We wachten en wachten. Uiteindelijk loopt Chris een eindje naar beneden om te kijken waar ze blijven. Een paar honderd meter komt-ie Daniel tegen - alleen - hij heeft Erin en Birju achter zich gelaten. Even later komt Erin boven, zuchtend en steunend. Nog wat later komt Birju boven - hij loopt moeilijk van de blaren. Het blijkt dat ze niks op ons hebben ingelopen - ze hebben een half uur gerust in Wheeler en zijn 40 minuten na ons boven gekomen...
We laden alles en iedereen in de Kereven en rijden voorzichtig het weggetje af terug naar Usul campground. Zo zwaar beladen heeft-ie er wel moeite mee en af en toe raken we een steen. We komen heelhuids beneden, maar we kunnen de remmen wel ruiken als we uitstappen. De heren gaan nog even een biertje drinken voor ze terug rijden, maar het is inmiddels bij 6 uur en wij willen wel naar huis. We nemen afscheid en rijden in een ruk naar huis. De CD speler is stuk en wil de CD niet meer uitspugen, dus we kunnen alleen maar naar "the Doors" luisteren. We rijden in 5 uur naar huis, waar we de zooi uitpakken en een welvediend biertje drinken.
(Later horen we van Daniel dat zij in de schemering op het onverharde weggetje van Usul campground naar de Hwy 1 een Mountain Lion hebben gezien).
Mooi he...