Hiken in Californië 2005

terug naar Dagboek Inhoud


Desolation Wilderness met Daniel, Birju en Ivano - September 2005


Vrijdag 9 September 2005

Deze week kregen we een email van Daniel of we mee wilden hiken in Desolation Wilderness. Dit is een groot wilderness gebied ten westen van Lake Tahoe. Het State Park waar we in de winter kamperen grenst hier min of meer aan. Ook het gebied waar Chris met Marc Meertens ging wandelen met sneeuwschoenen is er in de buurt.

We hadden er veel goede berichten over gehoord, en hoewel we pas net terug zijn van Burning Man en nog niet eens alle spullen hebben schoongemaakt en opgebrogen, willen we deze kans niet voorbij laten gaan. Bovendien vindt Chris dat hij aan een vakantie toe is na de vermoeienissen van Burning Man…

Sita zoekt in de loop van de dag de spullen bij elkaar en pakt de rugzakken in. Ze haalt Chris om 5 uur op van kantoor. Het is dan natuurlijk wel druk op de weg, maar uiteindelijk valt het mee en we rijden over de I-880, binnendoor naar Livermore naar de I-580, dan de I-205 en de I-5 naar Sacramento. Daar pakken we de Highway 50 naar Tahoe.

Als de files wat zijn uitgedund, smeert Chris een broodje, dat we al rijdend opeten. Sita heeft een stapel CD's meegenomen en we luisteren naar muziek en Youp van 't Hek. Zo rond kwart over 9 's avonds zijn we in de buurt en we besluiten nog snel even wat brandhout te kopen - dat waren we nog vergeten (in Desolation Wilderness mag geen vuur gemaakt worden, maar op de camp site waar we deze avond kamperen mag dat natuurlijk wel).

Dan rijden we door naar Richardson Camp, waar we inchecken en ons kampeerplaatsje opzoeken. We bellen Daniel en vrienden om ze aanwijzingen te geven om ons plekje te vinden. We zetten snel de tent op en maken een vuur. We drinken er een biertje bij uit de koeler - één van de voordelen van het autokamperen ;o).

Even later voegen Daniel, Birju en Ivano zich bij ons. Ook zij zetten snel de tent op en scharen zich rond het kampvuur. Het is erg gezellig. Sita gaat bijtijds naar bed, maar Chris blijft nog even hangen. Dan nog even douchen en het is behoorlijk laat als Chris de tent in kruipt.


Zaterdag 10 September 2005

We staan rond 8 uur op. Voor sommigen gaat dit wat moeilijker dan voor anderen ;o) We drinken er maar veel koffie bij. Chris en Sita zijn voor de verandering de laatsten die klaar zijn met inpakken.

Dan rijden we naar een Ranger Station om permits te halen voor onze tocht. Alle hikes in de wilderness moeten geregistreerd en alle overnachtingen moeten officieel bij een Ranger Station gedaan worden (en er moet voor worden betaald). We krijgen een korte preek van de Ranger over "Leave No Trace" en bespreken dan het weer, de toestand van de trails en drukte. Natuurlijk is het net Labor Day geweest - het traditionale eind van de zomer - dus er heeft zich nog helemaal niemand ingeschreven voor een overnachting (rare Amerikanen).

Wel benadrukt de Ranger dat er zich een "gezonde" berenpopulatie bevindt in Desolation Wilderness en dat we beretonnen moeten meenemen of ons eten in een boom hangen. Wij hebben onze bereton meegenomen, Daniel et. al. lenen er één van de Ranger. We hadden het weerbericht al bekeken en met voorbedachte rade onze dikke winterslaapzakken meegenomen. Bij het Ranger Station krijgen we ook nog het laatste weerbericht (kleine kans op regen of sneeuwbuien!).

Dan rijden we naar de trailhead, waar Daniel en kornuiten er eindeloos over doen om de zooi in te pakken, maar vooral om het eten te verdelen en in de bereton te proppen. Eindelijk zijn we dan zover en kunnen Chris en Birju de Kereven naar de trailhead brengen waar we zondag weer aan moeten komen.

Al snel zijn we weer terug en dan gaan we vrij vlot op pad. Het pad is prima - hoewel hier en daar een beetje mul en erg stoffig. We beginnen op 6600 voet, dus we kunnen wel merken dat de lucht ijl is. Daniel, Birju en Ivano gaan voorop en we raken ze al snel uit het oog. Wij doen het rustig aan (Chris zelfs iets rustiger dan Sita) en we stoppen halverwege de klim (na 1,4 mijl) even bij een meertje, waar een koude wind waait.

    

De omgeving is heel mooi en we genieten er - tussen het hijgen door – wel van. We gaan al snel weer op weg voor de tweede helft en al snel zijn we (toch nog vrij vlot) boven, op 8800 voet. Bij de volgende splitsing wachten de anderen en lunchen we even.

Chris laat de kaart zien aan een man en zijn zoontje die net aan komen lopen. Ze hebben er 3 uur over gedaan om naar boven te komen, hebben niets bij zich (behalve een hengel), hebben geen kaart, geen warme kleren, geen weerbericht gezien en kennelijk in het algemeen geen flauw benul. Ze willen naar de meertjes verderop lopen (ook onze eindbestemming). Chris rekent ze voor dat dat alles bij elkaar 11 mijl is en dat ze in hun huidige tempo net voor middernacht weer beneden kunnen zijn... Ze besluiten dan om nog een klein stukje door te lopen voor het uitzicht en dan weer naar beneden te gaan.

Na de lunch gaan we weer op pad. Het is nog zo'n 2,4 mijl, dus we zijn al over de helft (het is maar een kort wandelingetje vandaag). Het gebied is werkelijk prachtig: het is een ruig met verweerde dennen begroeid berglandschap. Het gesteente is overwegend graniet, niet overal even hard trouwens, dat door gletschers in ronde vormen is uitgesleten. Deze hebben ook overal lage delen uitgeslepen, waar zich meertje bevinden. Overal waar we kijken zijn helder blauwe meertjes. Aan de hogere bergwanden hangen in holtes aan de noordzijde de laatste sneeuwvelden.

    

Nadat we even gepauzeerd hebben bij een adembenemend mooi meertje waar we even moesten gaan zitten en foto's maken, beginnen we aan de laatste klim naar Dick's Pass. Vandaar is het nog een klein stukje naar beneden en dan staan we aan de oever van Dick's Lake. Het is prachtig. Het is pas 3 uur dus we hebben eigenlijk veel te veel tijd. We gaan eerst maar even in de zon liggen, maar de wind maakt het gemeen koud.


We splitsen ons op om naar een mooi kampeerplekje te zoeken. Sita en ik lopen tegen de klok in langs de oever en vinden wat plekjes, maar die zijn volgens de voorschriften te dicht bij het water (de erosie langs de oever spoelt veel sediment het meer in en we worden gevraagd minstens 60 voet van het water te kamperen, waar mogelijk). We vinden het beekje dat de afwatering van het meertje vormt en tot onze stomme verbazing is er een oud stenen dammetje van een meter of zo hoog. Het ziet er vrij oud uit en de bovenste laag is afgebrokkeld, maar de rest functioneert nog. Geen idee wat hier ooit de bedoeling van geweest kan zijn...

Aan de overkant van het beekje vinden we een mooie kampeerplaats; beschut en met gras. Als we allemaal weer terug zijn van het zoeken, besluiten we naar de overkant van het meer te lopen. We kunnen van een afstand al zien dat er een veelbelovende plaats is onder een aantal enorme dennen. Daniel en Birju zijn er al een kijkje wezen nemen. Deze plek is wel dicht op het water, maar het is heel rotsig aan de oever en de run-off lijkt hier mee te vallen.

Het is nog steeds vroeg als we hier (na een klauterpartij met rugzak op) aankomen. We eten wat nootjes - ook om het zout wat aan te vullen, want we hebben flink gezweet - en proberen onszelf warm te houden in de zon. We zetten de tent op, maken een cup-a-soup-je en gaan dan maar weer in de zon zitten. Het is eigenlijk een beetje een korte wandeling geweest, en dan weet je eigenlijk niet goed wat je met de rest van de dag aanmoet. Bovendien is het koud. Heel koud. We hebben ons lange winterondergoed al aangetrokken en de dikke truien en de regenjassen al uitgepakt. Nog voor we warm eten gaan koken zit Ivano al in z'n slaapzak buiten - hij kan het anders niet warm houden.

We drinken een pastisje, koken, eten, wassen af - en dan is het nog licht. We ouwehoeren wat, maar inmiddels hebben Daniel en Birju zich ook in hun slaapzak gewikkeld en ze proberen zich verder warm te houden met een meegebrachtte fles whiskey... Zo tegen 9 uur houden we het voor gezien en duiken we de tent in. Met onze dikke slaapzakken hebben we het natuurlijk snel lekker warm en we slapen heerlijk en heel lang...


Zondag 11 September 2005

    
We staan alweer redelijk bijtijds op. Om 8 uur had Sita echt lang genoeg geslapen (Chris kan altijd nog wel langer blijven liggen...). Birju en Ivano zijn ook al op en na enig aanmoedigen komt ook Daniel z'n tent uit. Het is echt koud geweest vannacht en er zit een flinke laag ijs in de waterflessen. We ontbijten met havermout en maken koffie. We zetten veel extra water op om het ontbijt van Daniel en kornuiten wat vlotter te laten verlopen.

Ivano heeft z'n tent al afgebroken en heeft z'n rugzak al ingepakt. Wij doen dat ook maar snel en voor 10-en zijn we er helemaal klaar voor. Daniel en Birju zijn nog niet klaar en hebben ook geen haast kennelijk. We kijken op de kaart en tellen de vandaag te lopen afstanden op: 6.7 mijl. Dit blijkt toch te ver voor Daniel (luie donder ;o) en Birju (die grote open blaren heeft). Ivano besluit om met Daniel en Birju dezelfde weg weer terug te lopen naar de splitsing waar we gisteren hebben gelunched. We spreken af dat ze daar op ons wachten en we begeven ons op weg om het geplande rondje te lopen.

In eerste instantie hebben we geen pad, en dat schiet niet zo op, maar na een minuut of 10 zijn we weer waar we wezen willen en gaan we op pad naar het volgende meer - Fontanillis Lake. Het pad is goed en het is allemaal vrij vlak, dus we schieten goed op. Het is natuurlijk nog steeds / alweer schitterend. Echt leuk om weer 'ns hoog in de bergen te lopen. We steken een beekje over aan het einde van het meer en dalen dan een stuk. Bij een volgende splitsing in het pad rusten we even in het zonnetje - het is inmiddels (in de zon tenminste) lekker warm.

    
We schieten goed op, maar nu komt nog een klimmetje van een kleine 100 meter. We steken hetzelfde beekje weer over en dan begint het pad al langzaam te klimmen. We houden goed de pas erin (het gaat - zeker met Chris - een stuk beter dan gisteren) en voor we het weten zijn we boven. We vragen een stel dagwandelaars of ze Daniel, Birju en Ivano gezien hebben. Dat hebben ze – 2 of 3 minuten geleden. Ze zijn dus vlak voor ons (met andere woorden: ze hebben er nog een uur over gedaan om vanaf de kampeerplek op weg te gaan).

Het is nog 0,9 mijl naar de splitsing en daar zijn we zo. We zien de heren in eerste instantie niet, maar ze hebben zich op een granietbult verschanst. Hier eten we een lunch en drinken we de verplichte hoeveelheid water. Birju ververst de pleisters op z'n hielen met iets wat ons niet het geschikte materiaal lijkt, maar ja, zelf weten.

Dan begint de lange afdaling. Dit pad is inderdaad veel steiler dan het pad van zaterdag en het lijkt op veel plaatsen meer op een trap dan op een pad. Wel weer heel mooi en we zijn nog redelijk fit, dus het schiet goed op. In drie kwartier zijn we bij de afslag naar Eagle Lake, en als we even zitten en op de kaart kijken, blijkt dat we nog maar 100 meter hoeven te dalen. Dit laatste stuk van de trail is heel goed, dus we zijn snel beneden, waar we tegelijk met Birju aankomen.

We lopen naar de kereven en laden alle rugzakken in. We rijden naar de trailhead waar we Birju's auto hebben achtergelaten en laden daar alle zooi over. We trekken makkelijke schoenen aan en een droog T-shirt. Dan verzamelen we de repen en de drankjes voorin de auto en zijn we klaar voor vertrek. We nemen afsceid van Daniel et. al. en rijden om 4 uur op huis aan.

We hadden bedacht dat we om half 8 thuis zouden zijn, maar op de I-580 is kennelijk iets gebeurd en het verkeer staat muurvast. Daar staan we dus een tijdje, maar uiteindelijk lost de file op en zijn we toch in een redelijke tijd weer thuis.

Daar gooien we een pizza in de oven en kijken we een DVD-tje onder het genot van een pintje Guinness.