terug naar index

Wandelverhalen 2002


Lake Guntherville State Park

Zaterdag 2 februari 2002

We vertrekken bijtijds naar Lake Guntersville State Park in het noorden van Alabama. Het is nogal een eind rijden, een groot deel over lokale highways door stadjes. Het schiet niet erg op en de wegnummers zijn hier en daar ook niet geweldig aangegeven. Toch vinden we het park vrij gemakkelijk en we komen eerst langs het park office. Dit blijkt dicht te zijn, maar er is wel iemand die open doet en ons de weg naar de campground wijst. Daar krijgen we tegen een geringe vergoeding een plekje op de primitive campsite en ook een kaartje van het park met de plaatselijke hiking trails. Om de primitieve afdeling gekomen blijkt dat er inderdaad niets is, behalve een grasveldje aan het meer, met verder helemaal niemand – perfect dus.

We zetten de tent op, pakken de rugzakjes in en lopen met het kaartje in de hand een rondje door verschillende trails met elkaar te verbinden. Het terrein is mooi, vrij steile gemengd beboste bergen, met hier en daar rotsen en zelfs – zo zonder bladeren aan de bomen – een aardig uitzicht over het meer. Ook steken we hier en daar kleine stroompjes over, die allemaal water voeren na de regen van vorig weekend. Na een klein uurtje gaan we in het zonnetje en uit de wind (het is maar een graad of 8 C) een broodje eten. Dan lopen we het rondje verder en er moet hier en daar toch nog een beetje geklommen worden. We klauteren nog een beetje rond bij een waterval en een rotswand, die we bekijken op mogelijkheden om ooit ‘ns te gaan rotsklimmen.

Boven op de berg is een groot golfterrein, waar ook een lodge/hotel/restaurant is. Een eindje verder hebben we een schitterend uitzicht over Lake Guntersville. Hier ergens missen we de afslag van onze trail – die hier over het algemeen goed zijn aangegeven – en we nemen dus een iets andere route dan gepland. Wel zien we nu (het is al een uur of half vijf ’s middags) de eerste “white tailed deer”; drie reegeiten bij elkaar. Er mag in dit State Park niet gejaagd worden, dus ze zijn niet erg schuw en we weten zelfs een foto van ze te maken. Even later op de afdaling zien we nog een ander groepje. Niet veel later zijn we weer helemaal afgedaald naar het meer en we sprokkelen op de laatste paar honderd meter wat kleine houtjes voor het kampvuur.

We rollen nu zoals altijd vast in de tent de matjes uit en ritsen de extra warme slaapzakken aan elkaar. Het is inmiddels al flink koud een en windje maakt dat het nog kouder aanvoelt. We zetten ook het regenzeiltje op tegen de wind, en terwijl Sita vast wat warms aantrekt en de spullen voor het eten bij elkaar zoekt, knutselt Chris het kampvuur in elkaar. We zijn er best trots op dat we nog steeds als echte padvinders altijd als we kamperen een kampvuur aanmaken met bladeren en kleine takjes, zonder papier of andere hulpmiddelen (hoewel we thuis de open haard altijd aansteken met de ingebouwde gas-starter...). We hebben met voorbedachte rade een stapeltje brandhout van thuis meegenomen, zodat we een goed heet vuur kunnen stoken, zonder al te veel onderhoud. Uit de wind gezeten bij het vuur en met enkele warme truien over elkaar gaat het eigenlijk best en we eten een nootje en drinken een borrel tot het donker wordt en het tijd wordt om te koken. Deze keer geen BBQ, maar een ouderwetse oplospasta maaltijd.

Na de afwas is de wind wat gedraaid en zitten we behoorlijk in de rook. De wind is nu wel sterk afgenomen en we breken het hele zeiltje maar af en gaan aan een andere kant van het vuur zitten. Op Chris’ horloge houden we bij hoe de temperatuur langzaam naar het nulpunt zakt en dan houden we maar op met kijken... We eten nog wat popcorn en kijken met het boekje in de hand naar de sterrenhemel – die overigens erg mooi en helder is deze avond - waar we oefenen met gemini, castor en pollux, lepus etc. Dan wordt het toch wel koud en we gaan bijtijds naar bed.

Zondag 3 februari 2002

We hadden speciaal de tent op het gras gezet en niet onder de bomen, zodat we ’s ochtends in de zon zouden staan. Helaas, het is volledig bewolkt vandaag. Sita is er alweer als eerste uit en zet vast koffie. Dan komt Chris er ook uit en na een vrij vlot ontbijt breken we de tent op en pakken alles weer in de trouwe Kereven. Na in het washok op het luxe deel van de camping onze waterflessen gevuld te hebben (onder de douche, want de flezzen passen niet onder de kraan in de wastafels) rijden we naar het begin van de cave trail. De “cave” blijkt een honderd meter van de weg af te liggen, en we wandelen eerst hier even heen. Het is een leuk grotje, ongeveer een meter tot anderhalve meter hoog, met een glooiend halfrond plafond. De rots is niet echt zacht, maar kennelijk genoeg kalkhoudend om door veel water opgelost te kunnen worden. We zagen dit gisteren ook al aan de rotsblokken op de hellingen, die vaak door weer en wind grillige vormen hadden gekregen. De grot is een 20 meter diep en Chris kruipt helemaal tot het eind, waar hij per ongeluk omhoog kijkt en oog in ogen komt te staan (gebukt dan weliswaar) met enkele tientallen monsters (lees sprinkhanen). Geen idee wat die hier doen, maar het is hier natuurlijk wel warmer dan buiten in de winter. Weer uit de grot kijken we nog even waar al het water uit het naburige beekje vandaan komt, en jawel hoor, het komt met vrij veel geweld uit dezelfde rotspartij zetten als die waar de grot in is. Waarschijnlijk heeft het water een nieuwe weg gevonden om naarbuiten te komen en is er over een paar duizend jaar weer een nieuwe grot bij.

Dan lopen we terug naar de Kereven en doen we de rugzakken om voor een wandeling die rond twee bergtoppen gaat. Het is weer een aardige wandeling, met gemengd bos, veel rotspartijen (van een ander type rots trouwens) en zelfs hier en daar aanwijzingen van een vroegere “homestead”. We moeten een beetje klimmen en dalen, maar niet zoveel als gisteren en al snel komen we langs een “Indian spring”; een bronnetje dat volgens de trailbeschrijving ook in droge tijden water voert. Dan wordt het tijd om te lunchen en na een kopje koffie om op te warmen gaan we weer op weg voor het laatste stukje terug naar de auto. Dan begint het ook nog een beetje te regenen en we zijn blij dat we weer bij de oude Kereven zijn. We gooien de rugzakjes achterin en beginnen aan de terugrit naar Atlanta. De ruitenwissers begeven het na een paar minuten, maar gelukkig zet de regen niet echt door en kunnen we zonder problemen rijden. We rijden een andere weg terug, die helemaal niet over de Interstate 20 loopt. Deze lokale highway 278 gaat echt door de middle of nowhere en dat schiet toch best wel op, bovendien is het af en toe erg mooi. Na wat gepuzzel vinden we uiteindelijk ook de aansluiting op de ons bekende wegen ten oosten van Smyrna en we zijn om een uur of 5 weer thuis. We doen snel de verwarming aan en ook maar meteen de open haard. We leggen de kampeerspullen te drogen in de basement en we eten gumbo met spinazie. Ziet er erg merkaardig uit, maar het is wel lekker.


Great Smokey Mountains

Vrijdag 22 Maart 2002

Vandaag gaan we voor drie dagen op pad om te hiken in het Great Smokey Mountain National Park (GSM voor vrienden). Het is zo’n 4 uur rijden, dus we staan bijtijds op en laden alles in de nieuwe Kereven. Het is inderdaad een heel stuk rijden en in de GSM aangekomen hebben we even moeite om de weg te vinden. We rijden eem mooie route oven een zandweggetje door de bergen, maar het is willicht niet helemaal de snelste route... Nadat we weer op een heel erg bochtig asfaltweggetje zijn aangeland komen we in een bocht een truck met oplegger tegen, die zo ruim de bocht had geprobeerd te nemen dat-ie met z’n rechterwiele van de weg afgeraakt was. Muurvast blokkeerde-ie bijna de hele weg. Een ander automobilist die de chaffeur een handje toesteekt zegt dat-ie er zelf in z’n kleine autoootje wel langs kon en dat het met de Kereven misschien ook wel gaat. De chaffeur van de truck denkt dat het niet gaat, maar die maakt kennelijk wel meer inschattingsfouten... ;o)) Met behulp van de vriendelijke jongeman die aanwijzingen geeft rijden we voorzichtig tussen oplegger en vangrail door. Met de spiegeltjes ingeklapt gaat het net...

Dan zijn we al snel in Cosby, waar bij de campground het beginpunt van de eerste trail is. We schrijven ons in bij het ranger station en trekken meteen maar vast onze truien aan want het is behoorlijk koud en er staat een gemeen windje. Voor we vertrekken komt er een stel aan op de parkeerplaats dat net hetzelfde rondje heeft gelopen als wij gaan doen. Ze hadden het behoorlijk koud gehad op de hoger gelegen kampeerplekken... Het rondje dat we in drie dagen willen lopen stond anderhalf jaar eerder ook al op het programma om met de padvinders te lopen maar dat ging toen in verband met een bosbrand niet door. We zijn toen naar een ander stuk van de GSM uitgeweken.

We vertrekken uiteindelijk pas om een uur of 1, maar de eerste dag is het kortst, dus dat is geen probleem. We lopen omhoog over de Gabes Mountain Trail en na een half uurtje gaan we in het zonnetje zitten lunchen. Het bos is werkelijk schitterend, het pad is goed en we hebben af en toe uitzicht op de besneeuwde toppen rondom ons. We klimmen verder de hele middag tot we bij een flinke beek komen bij de eerste overnachtingsplaats. We steken zonder al te veel moeilijkheden over met behulp van een wandelstok die Chris vorig najaar van een hickory boompje had gemaakt.

De kampeerplaats hangt vol met bordjes over beren, maar des al niet te min ligt er behoorlijk wat vuilnis op ons plekje. We ruimen dit op en sprokkelen wat hout. Er is niet zoveel te vinden en het is allemaal nogal vochtig. De enige ander wandelaar die hier overnacht doet geen moeite om een vuur te maken en gaat vroeg onder de wol. We hebben in eerste instantie nogal moeite om het vuur aan te krijgen – alle bladeren zijn ook nat. Dan hebben we nogal moeite om het vuur warm te stoken terwijl we op Chris z’n horloge de temperatuur langzaam naar –6 Celcius zien zakken. Niet te lang na het diner en de afwas hangen we dan ook alle spullen in de bomen en kruipen we in onze warme slaapzakken.

Zaterdag 23 maart 2002

De volgende morgen staan we bijtijds op en na het ontbijt en warme koffie gaan we snel weer op pad om ons een beetje warm te lopen. Het is weer mooi weer maar wel een beetje fris. We lopen een stuk op ongeveer dezelfde hoogte met de contouren van de berg mee, maar uiteindelijk dalen we steil af langs een beekje tot we links af moeten op de Maddron Bald Trail. Deze trail klimt langzaam maar gestaag over een verhard weggetje. Het zonnetje schijnt en we krijgen het alweer warm. We zoeken een zonnig plekje op om de lunchen. 

Na nog een stukje klimmen komen we bij de Albright Grove Loop trail. Deze is maar een kilometer lang en slingert zich door een hoekje van de GSM met “virgin timber”; grote bomen dus. Ongeveer een derde van de bomen in de GSM waren tamme kastanjes, maar die zijn in de jaren 30 allemaal ten onder gegaan aan een schimmel uit Azië. Dan moeten we nog een stuk verder klimmen dan we oorspronkelijk gedacht hadden en redelijk moe komen we aan het eind van de middag op de kampeerplek aan. Deze ligt op 1400 meter en het laatste stuk van de trail er naartoe lopen we door een dun laagje sneeuw.

Er is niet veel plaats op deze kampeerplek, maar er zijn maar twee ander tentjes en we hebben uiteindelijk een heel stuk voor ons alleen. Ook is er een dikke beuk omgevallen/gewaaid vlak naast ons plekje, dus we hebben na enige inspanning mooi droog brandhout genoeg. We zetten het zeiltje op tegen de koude wind die nogal guur door het dalletje waait en met een flink vuur is het best uit te houden voor het diner en een borrel. Als het hout op is gaan we naar bed.

Zondag 24 maart 2002

Vandaag moeten we eerst nog een stukje omhoog naar Maddron Bald. (De “balds” zijn een specialiteit van de GSM. Er zijn twee smaken: “grassy” en “heathy”. Het zijn vrij kale stukken - meestal op een bergtop of –rug - met al naar gelang de smaak voornamelijk gras en lage struikjes, of hei en mountain laurel en rododendron struiken.) Maddron Bald is een heathy bald, en we moeten een beetje moeite doen om een plekje te vinden met een mooi uitzicht. Dat vinden we na een tijdje op een rots die boven de struiken uit steekt. Het zonnetje schijnt ook volop en we puffen uit van de klim terwijl we onze brunch naar binnen werken en een bakje koffie zetten.

Hierna volgt nog een mooi stukje wandelen over de bald naar de splitsing met de Sanke Den Ridge trail. Hier gaan we linksaf en we dalen langzaam meer dan 800 meter af naar de Cosby campground. Hier en daar hebben we nog een mooi uitzicht op de bergen naar het zuiden, waar de Appalachian Trail over loopt, met hier en daar natuurlijk een bald. We zijn redelijk bijtijds weer bij de auto en dat is maar goed ook, want het is natuurlijk nog een eind rijden naar huis. Het is nog steeds mooi weer en we genieten van het uitzicht op het eerste stuk richting huis over de Newfound Gap Road door het hart van de GSM.


Roosevelt State Park

Donderdag 28 November 2002

Vandaag is Thanksgiving Day, dus het hele land heeft vrij vandaag en de meesten – waaronder wij – hebben ook vrijdag vrij. We hebben besloten om weer ‘ns te gaan wandelen en de keus is deze keer gevallen op Roosevelt State Park. We zijn hier wel eerder geweest en we hebben zelfs al ‘ns eerder een rondje gelopen en gekampeerd, bovendien hebben we het AIM zomerkamp hier gepland. Er is hier echter een doorgaande trail (de Pine Mountain Trail) van 23 mijl over de volle lengte van het park en we willen deze in drie dagen gaan lopen. (Lekker rustigjes 8 mijl per dag). We hebben gebeld met iemand die shuttles regelt, dan hoeven we niet met twee auto’s op pad.

We staan bijtijds op, want je kunt wel reserveren voor “backcountry camping”, maar de precieze campeerplek moet je ter plekke op het park office bespreken. We mikken snel de spullen – die staan al ingepakt klaar – in de auto en rijden naar een Waffle House voor een lekker warm ontbijt. We zijn net op tijd, want het wordt snel drukker; er zijn kennelijk meer mensen die op Thanksgiving lekker luxe of makkelijk willen doen. We zitten al vrij snel weer met volle buik in de auto. Het is niet zover rijden en zijn er precies op de geplande tijd. We bellen (mobiel) met Carl Carlsson, die de shuttle regelt en gaan binnen in het park office de kampeerplaatsen bespreken (en $9 betalen).

Als we buiten komen is Carl al aangekomen. We rijden achter hem aan naar het eind van de trail. Laten daar de auto achter en rijden met hem (en z’n hondje Odie) naar het beginpunt van de trail. Carl is lid van de Pine Mountain Trail Association, Inc. en biedt deze service gratis aan iedereen die de trail wil hiken en een shuttle nodig heeft. Hij woont vlak bij het park en gaat vandaag zelf een stuk van de trail lopen voor onderhoud en om te bekijken of er voor een nieuw omgevallen boom een motorzaag nodig is. We doneren wat geld aan de organisatie voor Carl’s moeite en gaan op pad. We beginnen eigenlijk aan het eind van de trail, bij mijlpaal 23 en lopen naar het begin, omdat het begin 400 ft lager ligt dan het eind, en dat is maar weer mooi meegenomen met een zware rugzak.

De rugzakken zijn inderdaad nogal zwaar deze tocht. Er is niet veel water langs de trail en we hebben bij de start 6 liter bij ons. Ook hebben we natuurlijk eten voor twee dagen en vrij veel kleren, want het is koud en de verwachting is dat het gaat vriezen vannacht. Het is overigens werkelijk schitterend weer: een stralend blauwe lucht en heerlijk helder maar koud weer met een fris briesje. We lopen een uurtje over de trail langs een paar watervalletjes en lunchen in het zonnetje bovenop een rotswandje. Dit stuk van de trail hebben we al eerder gelopen, maar na nog een anderhalf uur steken we de weg over en lopen we aan de andere kant van de berg met een schitterend uitzicht; meer dan de helft van de balderen is al van de bomen, dus er is volop uitzicht, maar er hangen nog net genoeg rode en gouden bladeren om het geheel een kleurrijke aanblik te geven.

Net na mijlpaal 16 is er een kort zijpaadje dat naar de kampeerplek voert. Het ligt op de top van een heuvel en hoewel er overal bomen staan is het niet erg dicht begroeid en de koude wind heeft vrij spel. Het is inmiddels half vijf en het begint snel af te koelen. We trekken wat warms aan en terwijl Sita een plekje voor de tent met een dik bladerdek bedekt tegen de steentjes die overal liggen, haalt Chris een flinke verzameling bandhout. We zetten de tent op en dan ook maar het zeiltje, tegen de wind. We hebben het vuur snel aan (tip: bladeren van de “American Elm” branden prima) en dan is het tijd voor een borrel en een nootje, terwijl we de instructies voor de warme maaltijd nog ‘ns bestuderen. We hebben namelijk voor de verandering geen oplospasta bij ons, maar we hebben bij onze favoriete buitensportzaak echt officieel rugzakvoedsel gekocht. Het grote voordeel van deze maaltijden is dat je het niet hoeft te koken; er hoeft alleen kokend water bij, even roeren, tien minuten laten staan en klaar! Het water kan dus gewoon in een keteltje opgewarmd en we hoeven dus geen pan vies te maken – sterker nog, die hoeven we niet eens mee te nemen. Een ander voordeel is dat er behoorlijk wat variatie te verkrijgen is. Die oplospasta is ook verkrijgbaar in wel tien verschillende smaken, maar die smaken wel allemaal hetzelfde... Het eten is zodoende snel bereid (rijst met prut van de firma “Natural High”) en het resultaat is heel eetbaar.

We houden gedurende de avond op Chris’ horloge de temperatuur in de gaten en het blijkt al snel dat we niet voor niets met dikke truien en jas aan dicht op het kampvuur zitten: het is al snel rond het vriespunt. Met de koude wind is het toch niet geweldig aangenaam en nadat we de voors en tegens van verhuizen naar de verschillende werelddeel besproken hebben kruipen we snel de extra dikke slaapzakken in. Deze zijn toch wel heel warm en de lange onderbroek was ook met deze kou niet nodig geweest.

Vrijdag 29 november 2002

We staan tegen een uur of negen op – zo’n 11 uur prima geslapen. We zetten natuurlijk koffie voor bij de lunch en genieten alweer van een prachtige dag met volop zon; het is nu al niet echt koud meer. We pakken het zootje in en gaan op pad.. Een van de slaapzakken moest nog een beetje drogen, maar verder is in deze droge lucht niet veel condens ontstaan. Chris calibreert nog even de hoogtemeter, maar het pad stijgt en daalt niet onoverkomelijk en met de bordjes en mijlpalen hebben we het eigenlijk niet nodig als orientatiemiddel.

We zien in het eerste uur lopen al een paar reeen (de enige die we deze tocht zien) en genieten verder gewoon van de bossen en het uitzicht. De trail is werkelijk geweldig mooi aangelegd. Het gaat bijna nergens over oude weggetjes, maar is echt voor zuiver wandelgenot aangelegd en loopt langs alle mooie plekjes – met mooi uitzicht, mooie rotspartijen, leuke beekjes en mooie stukjes open en dicht bos. Vandaag komt de tocht langs het favoriete uitzichtspunt en BBQ plek van president Roosevelt. Het is een mooi punt, maar die zijn er langs de trail wel meer en bovendien hebben we dit punt al vaker met de auto bezocht. Bovendien is het eigenlijk nog geen tijd voor een rustpauze, dus we lopen door en blijven zo braaf op schema.

Hoewel de trail langs een aantal stroompjes loopt is er toch vrij weinig water. Het park ligt op een richel die van wat harder gesteente is dan de omgeving. Het is zodoende het hoogste punt, maar toch niet een berg van zodanig kaliber dat er ook in droge tijden altijd water in de dalen is te vinden. Uiteindelijk filteren we wat water uit een stroompje tussen de bladeren door. We hebben natuurlijk maar een paar liter nodig en dat is toch snel gevonden. Wel blijkt dat ons waterfilter zolangzamerhand op z’n laatste benen loopt.

We komen mooi op tijd – en toch behoorlijk moe – op de volgende kampeerplek aan. Er staat nog een tent, maar die is zo verweg dat we die nauwelijks tussen de bomen door kunnen ontwaren. Volop rust derhalve. We gaan meteen aan de slag om de bestaande fire ring van natuurstenen wat om te bouwen, zodat we een bank kunnen maken met een rugleuning tegen twee bomen. Verder selecteren we alleen het beste brandhout, opdat we een goed warm vuur kunnen stoken. Dat doen we dan ook, maar al snel blijkt dat het deze avond niet kouder wordt dan een graad of 7 en we hebben bij zo’n mooi vuur niet eens een jas nodig. Na weer een luxe instantmaaltijd (Mexicaanse rijst met kip en bonen van de firma Mountain House dit keer – smaakt nog beter dan de vorige avond) steekt Chris een pijp op en drinken we ons welverdiend pastisje. We gaan weer bijtijds naar bed, maar we slapen niet zo geweldig als de vorige nacht omdat het met 7 graden buiten toch echt een beetje warm is voor de dikke slaapzakken en de rits moet zelfs halverwege de nacht open.

Zaterdag 30 november 2002

We (lees Sita) zijn deze morgen al vroeg op. Het water is bijna op, maar we hebben nog net genoeg voor koffie en tanden poetsen. We zijn om kwart over 9 al op weg en dat is echt wel vroeg voor ons doen. Onderweg is in eerste instantie niet veel water en we lopen deze keer 3 mijl voor we water kunnen filteren en nog een bakje koffie kunnen zetten. We hebben dan al een flinke klim achter de rug en bovengekomen rusten we toch even en eten een Japanse peer. Deze is niet erg sterk van smaak – je hebt een beetje het idee dat je een hap water neemt – maar dat is in dit geval precies de bedoeling natuurlijk. Na de koffierustpauze steken we een aantal keren een weg over, waarna we weer richting hoofdweg klimmen die boven over de kam loopt.

We lunchen op een uitstekende rots met een prachtig uitzicht. Het was eigenlijk niet echt volgens ons uur lopen, half uur rusten schema, maar het was te mooi om niet even te gaan zitten. Daarna klimmen we snel helemaal omhoog, steken de weg over en lopen naar beneden voor de laatste lus in de trail. Het loopt hier langs een oude visvijver, waarna we voor het laatst omhoogklimmen naar de weg en de trail min of meer de weg volgt naar het eindpunt.

Door het vroege opstaan zijn we vroeg weer bij de auto. We trekken een droog T-shirt aan (nat van het zweet, want het is behalve alweer stralend weer ook inmiddels bijna 20 graden) en rijden naar huis. Onderweg luisteren we naar een paar van de muziek CD’s die we in onze computer gekopieerd hebben. Sommige daarvan zijn niet om aan te horen. We hebben toch iets verkeerd gedaan blijkbaar.

Thuisgekomen pakken we uit en ruimen we op en nemen een lange warme douche, waar we al drie dagen naar uitgezien hebben. We eten pizza en gaan dan vrij vlot weer op pad om naar een improv comedy optreden te gaan van Bill in Roswell. Onderweg doen we boodschappen, onder andere een kalkoen, want die hebben we natuurlijk op de eigenlijk Thanksgiving Day afgelopen donderdag moeten missen. De show van de groep met Bill was wel aardig, maar niet geweldig. Bovendien was er een toneelvoorstelling aan vooraf en het duurde eindeloos voor het optreden begon. Na afloop drinken we nog een biertje met Bill, maar dan is het 12 uur geweest en willen we eigenlijk wel naar huis. Op de terugweg probeert Chris met wisselend resultaat aan Sita uit te leggen met welke twee patentaanvragen hij bezig is.

Thuisgekomen wil Sita toch ook wel een biertje (zij heeft gereden) en we kijken naar de uitgebreide versie DVD’s van de eerste film van The Lord Of The Rings. Er zijn in totaal 4 DVD’s, twee ervan helemaal vol met interviews en documentaires over het maken van de film: hoe het verschil in grootte tussen mensen, dwergen en hobbits gerealiseerd wordt bijvoorbeeld. Het is erg interessant en uiteindelijk rollen we om een uur of 4 ons bed in.

inhoud | index