Zaterdag 2 februari 2002
We vertrekken bijtijds naar Lake Guntersville State Park in het noorden van
Alabama. Het is nogal een eind rijden, een groot deel over lokale highways door
stadjes. Het schiet niet erg op en de wegnummers zijn hier en daar ook niet
geweldig aangegeven. Toch vinden we het park vrij gemakkelijk en we komen eerst
langs het park office. Dit blijkt dicht te zijn, maar er is wel iemand die open
doet en ons de weg naar de campground wijst. Daar krijgen we tegen een geringe
vergoeding een plekje op de primitive campsite en ook een kaartje van het park
met de plaatselijke hiking trails. Om de primitieve afdeling gekomen blijkt dat
er inderdaad niets is, behalve een grasveldje aan het meer, met verder helemaal
niemand – perfect dus.
We zetten de tent op, pakken de rugzakjes in en lopen met het kaartje in de hand een
rondje door verschillende trails met elkaar te verbinden. Het terrein is mooi,
vrij steile gemengd beboste bergen, met hier en daar rotsen en zelfs – zo
zonder bladeren aan de bomen – een aardig uitzicht over het meer. Ook steken
we hier en daar kleine stroompjes over, die allemaal water voeren na de regen
van vorig weekend. Na een klein uurtje gaan we in het zonnetje en uit de wind
(het is maar een graad of 8 C) een broodje eten. Dan lopen we het rondje verder
en er moet hier en daar toch nog een beetje geklommen worden. We klauteren nog
een beetje rond bij een waterval en een rotswand, die we bekijken op
mogelijkheden om ooit ‘ns te gaan rotsklimmen.
Boven op de berg is een groot golfterrein, waar ook een lodge/hotel/restaurant is. Een
eindje verder hebben we een schitterend uitzicht over Lake Guntersville. Hier
ergens missen we de afslag van onze trail – die hier over het algemeen goed
zijn aangegeven – en we nemen dus een iets andere route dan gepland. Wel zien
we nu (het is al een uur of half vijf ’s middags) de eerste “white tailed
deer”; drie reegeiten bij elkaar. Er mag in dit State Park niet gejaagd
worden, dus ze zijn niet erg schuw en we weten zelfs een foto van ze te maken.
Even later op de afdaling zien we nog een ander groepje. Niet veel later zijn we
weer helemaal afgedaald naar het meer en we sprokkelen op de laatste paar
honderd meter wat kleine houtjes voor het kampvuur.
We rollen nu zoals altijd vast in de tent de matjes uit en ritsen de extra warme
slaapzakken aan elkaar. Het is inmiddels al flink koud een en windje maakt dat
het nog kouder aanvoelt. We zetten ook het regenzeiltje op tegen de wind, en
terwijl Sita vast wat warms aantrekt en de spullen voor het eten bij elkaar
zoekt, knutselt Chris het kampvuur in elkaar. We zijn er best trots op dat we
nog steeds als echte padvinders altijd als we kamperen een kampvuur aanmaken met
bladeren en kleine takjes, zonder papier of andere hulpmiddelen (hoewel we thuis
de open haard altijd aansteken met de ingebouwde gas-starter...). We hebben met
voorbedachte rade een stapeltje brandhout van thuis meegenomen, zodat we een
goed heet vuur kunnen stoken, zonder al te veel onderhoud. Uit de wind gezeten
bij het vuur en met enkele warme truien over elkaar gaat het eigenlijk best en
we eten een nootje en drinken een borrel tot het donker wordt en het tijd wordt
om te koken. Deze keer geen BBQ, maar een ouderwetse oplospasta maaltijd.
Na de afwas is de wind wat gedraaid en zitten we behoorlijk in de rook. De wind is nu wel
sterk afgenomen en we breken het hele zeiltje maar af en gaan aan een andere
kant van het vuur zitten. Op Chris’ horloge houden we bij hoe de temperatuur
langzaam naar het nulpunt zakt en dan houden we maar op met kijken... We eten
nog wat popcorn en kijken met het boekje in de hand naar de sterrenhemel – die
overigens erg mooi en helder is deze avond - waar we oefenen met gemini, castor
en pollux, lepus etc. Dan wordt het toch wel koud en we gaan bijtijds naar bed.
Zondag 3 februari 2002
We hadden speciaal de tent op het gras gezet en niet onder de bomen, zodat we ’s
ochtends in de zon zouden staan. Helaas, het is volledig bewolkt vandaag. Sita
is er alweer als eerste uit en zet vast koffie. Dan komt Chris er ook uit en na
een vrij vlot ontbijt breken we de tent op en pakken alles weer in de trouwe
Kereven. Na in het washok op het luxe deel van de camping onze waterflessen
gevuld te hebben (onder de douche, want de flezzen passen niet onder de kraan in
de wastafels) rijden we naar het begin van de cave trail. De “cave” blijkt
een honderd meter van de weg af te liggen, en we wandelen eerst hier even heen.
Het is een leuk grotje, ongeveer een meter tot anderhalve meter hoog, met een
glooiend halfrond plafond. De rots is niet echt zacht, maar kennelijk genoeg
kalkhoudend om door veel water opgelost te kunnen worden. We zagen dit gisteren
ook al aan de rotsblokken op de hellingen, die vaak door weer en wind grillige
vormen hadden gekregen. De grot is een 20 meter diep en Chris kruipt helemaal
tot het eind, waar hij per ongeluk omhoog kijkt en oog in ogen komt te staan
(gebukt dan weliswaar) met enkele tientallen monsters (lees sprinkhanen). Geen
idee wat die hier doen, maar het is hier natuurlijk wel warmer dan buiten in de
winter. Weer uit de grot kijken we nog even waar al het water uit het naburige
beekje vandaan komt, en jawel hoor, het komt met vrij veel geweld uit dezelfde
rotspartij zetten als die waar de grot in is. Waarschijnlijk heeft het water een
nieuwe weg gevonden om naarbuiten te komen en is er over een paar duizend jaar
weer een nieuwe grot bij.
Dan lopen we terug naar de Kereven en doen we de rugzakken om voor een wandeling die rond
twee bergtoppen gaat. Het is weer een aardige wandeling, met gemengd bos, veel
rotspartijen (van een ander type rots trouwens) en zelfs hier en daar
aanwijzingen van een vroegere “homestead”. We moeten een beetje klimmen en
dalen, maar niet zoveel als gisteren en al snel komen we langs een “Indian
spring”; een bronnetje dat volgens de trailbeschrijving ook in droge tijden
water voert. Dan wordt het tijd om te lunchen en na een kopje koffie om op te
warmen gaan we weer op weg voor het laatste stukje terug naar de auto. Dan
begint het ook nog een beetje te regenen en we zijn blij dat we weer bij de oude
Kereven zijn. We gooien de rugzakjes achterin en beginnen aan de terugrit naar
Atlanta. De ruitenwissers begeven het na een paar minuten, maar gelukkig zet de
regen niet echt door en kunnen we zonder problemen rijden. We rijden een andere
weg terug, die helemaal niet over de Interstate 20 loopt. Deze lokale highway
278 gaat echt door de middle of nowhere en dat schiet toch best wel op,
bovendien is het af en toe erg mooi. Na wat gepuzzel vinden we uiteindelijk ook
de aansluiting op de ons bekende wegen ten oosten van Smyrna en we zijn om een
uur of 5 weer thuis. We doen snel de verwarming aan en ook maar meteen de open
haard. We leggen de kampeerspullen te drogen in de basement en we eten gumbo met
spinazie. Ziet er erg merkaardig uit, maar het is wel lekker.
Great Smokey Mountains
Vrijdag 22 Maart 2002
Vandaag gaan we voor drie dagen op pad om te hiken in het Great Smokey Mountain National
Park (GSM voor vrienden). Het is zo’n 4 uur rijden, dus we staan bijtijds op
en laden alles in de nieuwe Kereven. Het is inderdaad een heel stuk rijden en in
de GSM aangekomen hebben we even moeite om de weg te vinden. We rijden eem mooie
route oven een zandweggetje door de bergen, maar het is willicht niet helemaal
de snelste route... Nadat we weer op een heel erg bochtig asfaltweggetje zijn
aangeland komen we in een bocht een truck met oplegger tegen, die zo ruim de
bocht had geprobeerd te nemen dat-ie met z’n rechterwiele van de weg afgeraakt
was. Muurvast blokkeerde-ie bijna de hele weg. Een ander automobilist die de
chaffeur een handje toesteekt zegt dat-ie er zelf in z’n kleine autoootje wel
langs kon en dat het met de Kereven misschien ook wel gaat. De chaffeur van de
truck denkt dat het niet gaat, maar die maakt kennelijk wel meer
inschattingsfouten... ;o)) Met behulp van de vriendelijke jongeman die
aanwijzingen geeft rijden we voorzichtig tussen oplegger en vangrail door. Met
de spiegeltjes ingeklapt gaat het net...
Dan zijn we al snel in Cosby, waar bij de campground het beginpunt van de eerste trail is.
We schrijven ons in bij het ranger station en trekken meteen maar vast onze
truien aan want het is behoorlijk koud en er staat een gemeen windje. Voor we
vertrekken komt er een stel aan op de parkeerplaats dat net hetzelfde rondje
heeft gelopen als wij gaan doen. Ze hadden het behoorlijk koud gehad op de hoger
gelegen kampeerplekken... Het rondje dat we in drie dagen willen lopen stond
anderhalf jaar eerder ook al op het programma om met de padvinders te lopen maar
dat ging toen in verband met een bosbrand niet door. We zijn toen naar een ander
stuk van de GSM uitgeweken.
We vertrekken uiteindelijk pas om een uur of 1, maar de eerste dag is het kortst,
dus dat is geen probleem. We lopen omhoog over de Gabes Mountain Trail en na een
half uurtje gaan we in het zonnetje zitten lunchen. Het bos is werkelijk
schitterend, het pad is goed en we hebben af en toe uitzicht op de besneeuwde
toppen rondom ons. We klimmen verder de hele middag tot we bij een flinke beek
komen bij de eerste overnachtingsplaats. We steken zonder al te veel
moeilijkheden over met behulp van een wandelstok die Chris vorig najaar van een
hickory boompje had gemaakt.
De kampeerplaats hangt vol met bordjes over beren, maar des al niet te min ligt er
behoorlijk wat vuilnis op ons plekje. We ruimen dit op en sprokkelen wat hout.
Er is niet zoveel te vinden en het is allemaal nogal vochtig. De enige ander
wandelaar die hier overnacht doet geen moeite om een vuur te maken en gaat vroeg
onder de wol. We hebben in eerste instantie nogal moeite om het vuur aan te
krijgen – alle bladeren zijn ook nat. Dan hebben we nogal moeite om het vuur
warm te stoken terwijl we op Chris z’n horloge de temperatuur langzaam naar
–6 Celcius zien zakken. Niet te lang na het diner en de afwas hangen we dan
ook alle spullen in de bomen en kruipen we in onze warme slaapzakken.
Zaterdag 23 maart 2002
De volgende morgen staan we bijtijds op en na het ontbijt en warme koffie gaan we snel weer
op pad om ons een beetje warm te lopen. Het is weer mooi weer maar wel een
beetje fris. We lopen een stuk op ongeveer dezelfde hoogte met de contouren van
de berg mee, maar uiteindelijk dalen we steil af langs een beekje tot we links
af moeten op de Maddron Bald Trail. Deze trail klimt langzaam maar gestaag over
een verhard weggetje. Het zonnetje schijnt en we krijgen het alweer warm. We
zoeken een zonnig plekje op om de lunchen.
Na nog een stukje klimmen komen we bij de Albright Grove Loop trail. Deze is maar een
kilometer lang en slingert zich door een hoekje van de GSM met “virgin
timber”; grote bomen dus. Ongeveer een derde van de bomen in de GSM waren
tamme kastanjes, maar die zijn in de jaren 30 allemaal ten onder gegaan aan een
schimmel uit Azië. Dan moeten we nog een stuk verder klimmen dan we oorspronkelijk gedacht hadden
en redelijk moe komen we aan het eind van de middag op de kampeerplek aan. Deze
ligt op 1400 meter en het laatste stuk van de trail er naartoe lopen we door een
dun laagje sneeuw.
Er is niet veel plaats op deze kampeerplek, maar er zijn maar twee ander tentjes en we
hebben uiteindelijk een heel stuk voor ons alleen. Ook is er een dikke beuk
omgevallen/gewaaid vlak naast ons plekje, dus we hebben na enige inspanning mooi
droog brandhout genoeg. We zetten het zeiltje op tegen de koude wind die nogal
guur door het dalletje waait en met een flink vuur is het best uit te houden
voor het diner en een borrel. Als het hout op is gaan we naar bed.
Zondag 24 maart 2002
Vandaag moeten we eerst nog een stukje omhoog naar Maddron Bald. (De “balds” zijn
een specialiteit van de GSM. Er zijn twee smaken: “grassy” en “heathy”.
Het zijn vrij kale stukken - meestal op een bergtop of –rug - met al naar
gelang de smaak voornamelijk gras en lage struikjes, of hei en mountain laurel
en rododendron struiken.) Maddron Bald is een heathy bald, en we moeten een
beetje moeite doen om een plekje te vinden met een mooi uitzicht. Dat vinden we
na een tijdje op een rots die boven de struiken uit steekt. Het zonnetje schijnt
ook volop en we puffen uit van de klim terwijl we onze brunch naar binnen werken
en een bakje koffie zetten.
Hierna volgt nog een mooi stukje wandelen over de bald naar de splitsing met de Sanke
Den Ridge trail. Hier gaan we linksaf en we dalen langzaam meer dan 800 meter af
naar de Cosby campground. Hier en daar hebben we nog een mooi uitzicht op de
bergen naar het zuiden, waar de Appalachian Trail over loopt, met hier en daar
natuurlijk een bald. We zijn redelijk bijtijds weer bij de auto en dat is maar
goed ook, want het is natuurlijk nog een eind rijden naar huis. Het is nog
steeds mooi weer en we genieten van het uitzicht op het eerste stuk richting
huis over de Newfound Gap Road door het hart van de GSM.
Donderdag 28 November 2002
Vandaag is Thanksgiving Day, dus het hele land heeft vrij vandaag en de meesten –
waaronder wij – hebben ook vrijdag vrij. We hebben besloten om weer ‘ns te
gaan wandelen en de keus is deze keer gevallen op Roosevelt State Park. We zijn
hier wel eerder geweest en we hebben zelfs al ‘ns eerder een rondje gelopen en
gekampeerd, bovendien hebben we het AIM zomerkamp hier gepland. Er is hier
echter een doorgaande trail (de Pine Mountain Trail) van 23 mijl over de volle
lengte van het park en we willen deze in drie dagen gaan lopen. (Lekker
rustigjes 8 mijl per dag). We hebben gebeld met iemand die shuttles regelt, dan
hoeven we niet met twee auto’s op pad.
We staan bijtijds op, want je kunt wel reserveren voor “backcountry camping”, maar de
precieze campeerplek moet je ter plekke op het park office bespreken. We mikken
snel de spullen – die staan al ingepakt klaar – in de auto en rijden naar
een Waffle House voor een lekker warm ontbijt. We zijn net op tijd, want het
wordt snel drukker; er zijn kennelijk meer mensen die op Thanksgiving lekker
luxe of makkelijk willen doen. We zitten al vrij snel weer met volle buik in de
auto. Het is niet zover rijden en zijn er precies op de geplande tijd. We bellen
(mobiel) met Carl Carlsson, die de shuttle regelt en gaan binnen in het park
office de kampeerplaatsen bespreken (en $9 betalen).
Als we buiten komen is Carl al aangekomen. We rijden achter hem aan naar het eind van
de trail. Laten daar de auto achter en rijden met hem (en z’n hondje Odie)
naar het beginpunt van de trail. Carl is lid van de Pine Mountain Trail
Association, Inc. en biedt deze service gratis aan iedereen die de trail wil
hiken en een shuttle nodig heeft. Hij woont vlak bij het park en gaat vandaag
zelf een stuk van de trail lopen voor onderhoud en om te bekijken of er voor een
nieuw omgevallen boom een motorzaag nodig is. We doneren wat geld aan de
organisatie voor Carl’s moeite en gaan op pad. We beginnen eigenlijk aan het
eind van de trail, bij mijlpaal 23 en lopen naar het begin, omdat het begin 400
ft lager ligt dan het eind, en dat is maar weer mooi meegenomen met een zware
rugzak.
De rugzakken zijn inderdaad nogal zwaar deze tocht. Er is niet veel water langs de
trail en we hebben bij de start 6 liter bij ons. Ook hebben we natuurlijk eten
voor twee dagen en vrij veel kleren, want het is koud en de verwachting is dat
het gaat vriezen vannacht. Het is overigens werkelijk schitterend weer: een
stralend blauwe lucht en heerlijk helder maar koud weer met een fris briesje. We
lopen een uurtje over de trail langs een paar watervalletjes en lunchen in het
zonnetje bovenop een rotswandje. Dit stuk van de trail hebben we al eerder
gelopen, maar na nog een anderhalf uur steken we de weg over en lopen we aan de
andere kant van de berg met een schitterend uitzicht; meer dan de helft van de
balderen is al van de bomen, dus er is volop uitzicht, maar er hangen nog net
genoeg rode en gouden bladeren om het geheel een kleurrijke aanblik te geven.
Net na mijlpaal 16 is er een kort zijpaadje dat naar de kampeerplek voert. Het ligt op
de top van een heuvel en hoewel er overal bomen staan is het niet erg dicht
begroeid en de koude wind heeft vrij spel. Het is inmiddels half vijf en het
begint snel af te koelen. We trekken wat warms aan en terwijl Sita een plekje
voor de tent met een dik bladerdek bedekt tegen de steentjes die overal liggen,
haalt Chris een flinke verzameling bandhout. We zetten de tent op en dan ook
maar het zeiltje, tegen de wind. We hebben het vuur snel aan (tip: bladeren van
de “American Elm” branden prima) en dan is het tijd voor een borrel en een
nootje, terwijl we de instructies voor de warme maaltijd nog ‘ns bestuderen.
We hebben namelijk voor de verandering geen oplospasta bij ons, maar we hebben
bij onze favoriete buitensportzaak echt officieel rugzakvoedsel gekocht. Het
grote voordeel van deze maaltijden is dat je het niet hoeft te koken; er hoeft
alleen kokend water bij, even roeren, tien minuten laten staan en klaar! Het
water kan dus gewoon in een keteltje opgewarmd en we hoeven dus geen pan vies te
maken – sterker nog, die hoeven we niet eens mee te nemen. Een ander voordeel
is dat er behoorlijk wat variatie te verkrijgen is. Die oplospasta is ook
verkrijgbaar in wel tien verschillende smaken, maar die smaken wel allemaal
hetzelfde... Het eten is zodoende snel bereid (rijst met prut van de firma
“Natural High”) en het resultaat is heel eetbaar.
We houden gedurende de avond op Chris’ horloge de temperatuur in de
gaten en het blijkt al snel dat we niet voor niets met dikke truien en jas aan
dicht op het kampvuur zitten: het is al snel rond het vriespunt. Met de koude
wind is het toch niet geweldig aangenaam en nadat we de voors en tegens van
verhuizen naar de verschillende werelddeel besproken hebben kruipen we snel de
extra dikke slaapzakken in. Deze zijn toch wel heel warm en de lange onderbroek
was ook met deze kou niet nodig geweest.
Vrijdag 29 november 2002
We staan tegen een uur of negen op – zo’n 11 uur prima
geslapen. We zetten natuurlijk
koffie voor bij de lunch en genieten alweer van een prachtige dag met volop zon;
het is nu al niet echt koud meer. We pakken het zootje in en gaan op pad.. Een
van de slaapzakken moest nog een beetje drogen, maar verder is in deze droge
lucht niet veel condens ontstaan. Chris calibreert nog even de hoogtemeter, maar
het pad stijgt en daalt niet onoverkomelijk en met de bordjes en mijlpalen
hebben we het eigenlijk niet nodig als orientatiemiddel.
We zien in het eerste uur lopen al een paar reeen (de enige die we deze tocht zien) en genieten verder gewoon van de bossen
en het uitzicht. De trail is werkelijk geweldig mooi aangelegd. Het gaat bijna
nergens over oude weggetjes, maar is echt voor zuiver wandelgenot aangelegd en
loopt langs alle mooie plekjes – met mooi uitzicht, mooie rotspartijen, leuke
beekjes en mooie stukjes open en dicht bos. Vandaag komt de tocht langs het
favoriete uitzichtspunt en BBQ plek van president Roosevelt. Het is een mooi
punt, maar die zijn er langs de trail wel meer en bovendien hebben we dit punt
al vaker met de auto bezocht. Bovendien is het eigenlijk nog geen tijd voor een
rustpauze, dus we lopen door en blijven zo braaf op schema.
Hoewel de trail langs een aantal stroompjes loopt is er toch vrij weinig water. Het park
ligt op een richel die van wat harder gesteente is dan de omgeving. Het is
zodoende het hoogste punt, maar toch niet een berg van zodanig kaliber dat er
ook in droge tijden altijd water in de dalen is te vinden. Uiteindelijk filteren
we wat water uit een stroompje tussen de bladeren door. We hebben natuurlijk
maar een paar liter nodig en dat is toch snel gevonden. Wel blijkt dat ons
waterfilter zolangzamerhand op z’n laatste benen loopt.
We komen mooi op tijd – en toch behoorlijk moe – op de volgende kampeerplek aan. Er
staat nog een tent, maar die is zo verweg dat we die nauwelijks tussen de bomen
door kunnen ontwaren. Volop rust derhalve. We gaan meteen aan de slag om de
bestaande fire ring van natuurstenen wat om te bouwen, zodat we een bank kunnen
maken met een rugleuning tegen twee bomen. Verder selecteren we alleen het beste
brandhout, opdat we een goed warm vuur kunnen stoken. Dat doen we dan ook, maar
al snel blijkt dat het deze avond niet kouder wordt dan een graad of 7 en we
hebben bij zo’n mooi vuur niet eens een jas nodig. Na weer een luxe
instantmaaltijd (Mexicaanse rijst met kip en bonen van de firma Mountain House
dit keer – smaakt nog beter dan de vorige avond) steekt Chris een pijp op en
drinken we ons welverdiend pastisje. We gaan weer bijtijds naar bed, maar we
slapen niet zo geweldig als de vorige nacht omdat het met 7 graden buiten toch
echt een beetje warm is voor de dikke slaapzakken en de rits moet zelfs
halverwege de nacht open.
Zaterdag 30 november 2002
We (lees Sita) zijn deze morgen al vroeg op. Het water is bijna op, maar we hebben nog
net genoeg voor koffie en tanden poetsen. We zijn om kwart over 9 al op weg en
dat is echt wel vroeg voor ons doen. Onderweg is in eerste instantie niet veel
water en we lopen deze keer 3 mijl voor we water kunnen filteren en nog een
bakje koffie kunnen zetten. We hebben dan al een flinke klim achter de rug en
bovengekomen rusten we toch even en eten een Japanse peer. Deze is niet erg
sterk van smaak – je hebt een beetje het idee dat je een hap water neemt –
maar dat is in dit geval precies de bedoeling natuurlijk. Na de koffierustpauze
steken we een aantal keren een weg over, waarna we weer richting hoofdweg
klimmen die boven over de kam loopt.
We lunchen op een uitstekende rots met een prachtig uitzicht. Het was eigenlijk niet echt
volgens ons uur lopen, half uur rusten schema, maar het was te mooi om niet even
te gaan zitten. Daarna klimmen we snel helemaal omhoog, steken de weg over en
lopen naar beneden voor de laatste lus in de trail. Het loopt hier langs een
oude visvijver, waarna we voor het laatst omhoogklimmen naar de weg en de trail
min of meer de weg volgt naar het eindpunt.
Door het vroege opstaan zijn we vroeg weer bij de auto. We trekken een droog T-shirt aan
(nat van het zweet, want het is behalve alweer stralend weer ook inmiddels bijna
20 graden) en rijden naar huis. Onderweg luisteren we naar een paar van de
muziek CD’s die we in onze computer gekopieerd hebben. Sommige daarvan zijn
niet om aan te horen. We hebben toch iets verkeerd gedaan blijkbaar.
Thuisgekomen pakken we uit en ruimen we op en nemen een lange warme douche, waar we al drie
dagen naar uitgezien hebben. We eten pizza en gaan dan vrij vlot weer op pad om
naar een improv comedy optreden te gaan van Bill in Roswell. Onderweg doen we
boodschappen, onder andere een kalkoen, want die hebben we natuurlijk op de
eigenlijk Thanksgiving Day afgelopen donderdag moeten missen. De show van de
groep met Bill was wel aardig, maar niet geweldig. Bovendien was er een
toneelvoorstelling aan vooraf en het duurde eindeloos voor het optreden begon.
Na afloop drinken we nog een biertje met Bill, maar dan is het 12 uur geweest en
willen we eigenlijk wel naar huis. Op de terugweg probeert Chris met wisselend
resultaat aan Sita uit te leggen met welke twee patentaanvragen hij bezig is.
Thuisgekomen wil Sita toch ook wel een biertje (zij heeft gereden) en we
kijken naar de uitgebreide versie DVD’s van de eerste film van The Lord Of The
Rings. Er zijn in totaal 4 DVD’s, twee ervan helemaal vol met interviews en
documentaires over het maken van de film: hoe het verschil in grootte tussen
mensen, dwergen en hobbits gerealiseerd wordt bijvoorbeeld. Het is erg
interessant en uiteindelijk rollen we om een uur of 4 ons bed in.
inhoud | index
|