|
terug naar index Wandelverhalen 2000
|
||
Oconee National Forest - Ocmulgee River TrailWe hebben vandaag uitgekozen voor onze eerste hike in Georgia. Gisteren hebben we boekjes met wandelingen gekocht er een makkelijke uitgezocht om mee te beginnen. We rijden naar het Oconee National Forest, 50 mijl ten Zuid-Oosten van Atlanta. Eerst rijden we even langs het stadje Monticello, omdat hier het Ranger hoofdkwartier zit voor dit Forest en we graag een overzichtskaart van alle trails in dit gebiedje willen hebben. Eenmaal aangekomen blijk het Rangerstation verhuisd te zijn naar een plaatsje 20 mijl de verkeerde kant op. We besluiten er niet heen te gaan, maar aan de hand van ons boekje een trail langs de Ocmulgee rivier te lopen. De parkeerplaats aan het begin van de trail is klein en nogal verborgen, zodat we er in eerste instantie voorbij rijden, maar we vinden het al snel en beginnen om een uur of half twaalf aan de wandeling. De grond is overal zwartgeblakerd; er heeft duidelijk een brandje gewoed. Het ruikt zelfs nog een beetje branderig. Gelukkig is het brandje kennelijk snel over de grond getrokken en heeft eigenlijk alleen wat dennenaalden en braderen verbrand. De bomen, groot en klein en zelfs het riet dat lager bij de rivier groeit, zijn kennelijk niet beschadigd. Wel valt ons op dat er hier en daar enkele grote gaten in de grond zitten. Het is net alsof iemand boomstronken uit de grond heeft getrokken, maar daar zijn verder geen sporen van te zijn. De grond is overal helemaal intact alleen de stronk is weg; je kan tot een halve meter diep de grond in kijken door lege gangen waar vroeger de wortels hebben gezeten. Dit lijkt ons allemaal heel merkwaardig. We lopen verder een heuveltje af en komen al snel bij de rivier. Ook hier is de grond op veel plaatsen zwart en zijn er gaten in de grond. Plotseling komen we bij een grote omgevallen boom en... het brandt nog!
Nu snappen we eindelijk wat er gebeurd is. Het brandje is zo snel door het bos gegaan dat het nergens erg lang gebrand heeft. De temperatuur daalde na de brand snel en de takjes die aangebrand waren koelden af en gingen uit. Alleen de dikkere stammen en stronken die vlam hadden gevat hadden genoeg volume om hun vuur van de nu koudere buitenwereld te isoleren. Binnenin deze stammen - en de stronken in de grond natuurlijk, die zijn ook mooi geisoleerd - smeult het vuur langzaam door. Dit heeft het merkwaardige resultaat dat we al gezien hebben. Hier en daar is een gat in de grond waar duidelijk een stronk in heeft gezeten. Daarnaast ligt dan een paar meter lange en halve meter brede lege plek waar alleen wat as ligt. De stam is langzaam maar zeker in rook opgegaan. De zijtakken die te dun waren om het vuur te isoleren zijn uitgegaan en liggen dus onverbrand op de grond, haaks op het as spoor. Het is heel merkwaardig om zo door een hier en daar smeulend bos te lopen. Het vuur smeult echt alleen maar en het zal aan de stammen die nog branden te zien misschien nog wel weken branden. Het kaartje in het boekje blijkt niet geweldig, maar we kunnen het pad toch goed volgen en het is een heel aangename wandeling zonder veel stijgen of dalen langs een mooie rivier. Ongeveer halverwege staan er vele hoefafdrukken op het pad. Later komen we ook de echte paarden nog tegen. Verder ontmoeten we nog een hele groep mountain bikers, maar andere wandelaars hebben we niet gezien. Op de grens van het National Forest, waar het pad van de rivier afbuigt, zoeken we een mooi plekje om te lunchen. We hebben een mooi uitzicht over het water terwijl we koffie zetten en broodjes smeren. Opeens ziet Sita een beest in het water zwemmen; het is een grote schildpad, die bijna meteen weer onderduikt en verdwenen is. We halen het fototoestel tevoorschijn, maar hoewel we 'm nog een keer zien zijn we niet snel genoeg om een foto te maken.
Nu we weten dat er schildpadden zijn letten we goed op en tijdens de terugweg zien we verschillende enorme schildpadden van 30-40 cm op schuin in het water liggende boomstammen liggen te zonnen. Ze zijn echter heel opmerkzaam en stiekum toch vrij snel en het valt ons niet mee om ze te benaderen. Hier bewijzen de verrekijker en telelens goede diensten. We lopen rustigjes terug langs de rivier naar de auto hier en daar een schildpad besluipend en zonnend letten we niet goed op en lopen nog verkeerd. De volgende keer toch eerst een betere kaart opduikelen! Aan het eind van de middag rijden we in een enorme file Atlanta weer in. Het verkeer is echt verschrikkelijk druk en daarbij komt dat de gemiddelde Amerikaan niet kan rijden dus dat geeft enorme files. Wel aardig is dat er electronische informatie borden boven de snelweg hangen die de reistijd naar 10th street aangeven. We weten dus precies wanneer we thuis zullen zijn. Vogel State ParkVoor dit weekend hebben een we een tweedaags tochtje uitgezocht in Vogel State Park, in het noorden van Georgia. De lengte van deze Coosa backcountry trail is 12.7 mijl en dat leek ons een mooie lengte voor een eerste tocht met rugzak dit seizoen. Hoewel we in Vogel State park moeten beginnen om zo de benodigde "back country permit" te verkrijgen loopt een groot deel van de trail door het Chattooga National Forest, waar we langs de trail mogen kamperen. Na een autorit van 2 uur (weer 'ns wat anders dan de drie en een half uur van Pittsburgh naar Allegheny National Forest) arriveren we rond 11 uur in Vogel State Park. We betalen daar $2 voor het parkeren van de auto - de back country permit is gratis en ze moeten toch iets aan ons verdienen - en worden uitgebreid ondervraagd over onze uitrusting; hebben jullie een E.H.B.O. doos, regenkleding, water, eten etc. Vervolgens krijgen we een waarschuwing over de verwachtte regen en mogelijke onderkoeling als gevolg van het frisse weer. Dit lijkt ons allemaal nogal overdreven, maar misschien is het wel nodig. De trail begint in dit State Park waar wellicht nietsvermoedende campinggasten bedenken dat ze dit tochtje willen gaan lopen. Op het kaartje en op alle bordjes staat dat dit geen tocht is voor 1 dag en dat je onmiddelijk moet omkeren als het niet je bedoeling is om je op deze trail te bevinden... We trekken onze jas aan omdat er een fris windje staat, gespen onze rugzakken om en gaan om half 12 op weg. Eerst lopen we over een "approach trail" het State Park uit maar zijn al snel op de Coosa trail, die vrijwel meteen steil omhoog klimt; dat belooft nog wat. We steken een weg over en wandelen rustig over het nu vrij vlakke pad dat een oud houtweggetje volgt. De zon schijnt en na een uurtje wandelen eten we een broodje terwijl we koffie zetten. We oriënteren ons een beetje op het kaartje met behulp van ons kompas en komen tot de conclusie dat we aanstonds de hoge bergtoppen aan de overkant van het dal moeten gaan beklimmen. Er komen twee mensen langs met een rottweiler, die we bij het oversteken van de weg ook al gezien hebben. Hoewel ze slechts een heuptasje bij zich hebben, schijnen ze niet erg op te schieten.
We wandelen verder naar beneden, steken een beekje over en beginnen aan de andere kant van het dal aan een lange klim. Al snel halen we de types met de rottweiler in, die over hun stafkaart gebogen staan. We klimmen en klimmen een uur lang tot we 600 voet hoger in de Locust Stake Gap zijn aangekomen. Hier rusten we wat waarna we alweer omhoog klimmen naar de volgende pass, nl. Calf Stomp Gap op 3200 voet. Vanaf hier is het nog een lange klim naar een vlak stuk vlak bij Coosa Bald waar we willen overnachten. (Een "bald" is een bergtop waar geen bomen groeien maar slechts gras... hoewel deze toppen ver onder de boomgrens zijn. Hoe ze ontstaan is niet helemaal duidelijk maar ze ondersteunen een enorme biodiversiteit - en een mooi uitzicht ook). Terwijl we rusten en wat water drinken komen ook onze rottweiler vrienden boven. Het is inmiddels half vier, maar zij schijnen toe te zijn aan een lunch. Volgens ons hebben ze zich een beetje vergist in de afstand die ze wilden lopen en we hopen voor ze dat ze nog voor donker bij hun auto terug zijn. Wij klimmen het laatste stuk naar onze kampeerplek op 4200 voet. De lucht is inmiddels een beetje betrokken en als we boven zijn is er net helemaal geen uitzicht meer. Het waait en het is fris. Bovendien is er al een groepje Amerikanen hun tenten aan het opzetten. Dat doen ze nou altijd; staan ze eerder op en pikken dan alle plekjes in. Gelukkig is er even verderop nog een mooi plekje, waar we snel iets droogs en warms aan trekken alvorens we de tent opzetten. We sprokkelen hout voor ons vuurtje en zijn vervolgens nog een half uur bezig in de wind om ons zeiltje op te zetten dat ons tegen wind en regen moet beschermen. Even later komt er nog een stelletje boven op zoek naar een kampeerplekje. Voor een keertje zijn we dus niet de laatsten die ons tentje opzetten... Na het eten stoken we het vuur flink op, maar hoewel we redelijk uit de wind zitten is het zo koud dat we al snel besluiten om de tent in te kruipen. We hangen alle (denken we) etenswaren in een boom en duiken snel onze warme slaapzakken in. 's Nachts begint het te regenen en samen met de wind die door de boomtoppen buldert is het geen rustige nacht. 's Ochtends kijken we uit de tent om een grauwe wereld aan te treffen met een koude wind, regen en mist - we zitten in de wolken. We ontbijten en drinken koffie in de tent waar alles inmiddels nat of klam is. (Nu komen we tot de ontdekking dat we niet al ons eten in de boom hebben gehangen... we zijn de broodjes vergeten! Enkele muizen waren ons zeer dankbaar en hebben een flink gat in 4 bolletjes geknaagd en de kruimels door de rugzak verspreid. Nou ja, beter een muis op bezoek dan een beer, maar de volgende keer toch maar beter oppassen.) We pakken zoveel mogelijk in en hoeven alleen de tent nog te doen, maar dat levert ons in de ijskoude wind gevoelloze vingers op. We gaan snel op weg (het is nog geen 9:00 uur!) en na een paar minuten lopen zijn we weer behoorlijk opgewarmd.
We dalen af over een steil weggetje (waar zaterdagavond gewoon nog een pickup truck naar boven was komen rijden - het hobbelde en schommelde zo erg dat ze sneller hadden kunnen lopen - rare Amerikanen), maar klimmen al snel weer omhoog naar Wildcat Knob. Vandaar gaat het steil naar beneden, naar de weg die we de dag ervoor ook al zijn overgestoken op een andere plaats. Nu is het nog een lange klim omhoog en dan is het verder bergaf naar de trouwe Kereven terug. Hier boven gekomen waait het ook een storm en dat maakt het wel heel fris. We zetten de capuchon van onze regenjassen op om ons hoofd een beetje warm te houden. Een eindje naar beneden zijn we een beetje uit de wind en rusten we even. Plotseling duiken er twee jongens met een hond uit de mist op. Zij hebben de nacht doorgebracht in Calf stomp Gap en zijn vanochtend vroeg opgestaan (we verdenken ze ervan dat ze het zo koud hadden dat ze wel moesten) en zijn zodoende nu al hier. (Een van tweeen heeft geen regenkleding bij zich en heeft tegen de koude wind een sweater om zijn hoofd gebonden.) We lopen een eindje samen op en maken met hun fototoestel een foto van ze bij de spitsing van het pad in Slaughter Gap. Rechtdoor gaat het pad naar Blood Mountain, het hoogste punt van Georgia, maar in de mist kan het ons niet bekoren en we dalen af richting Vogel State Park. We moeten alles bij elkaar bijna een kilometer dalen en dat is behoorlijk zwaar voor onze arme knieën. Gelukkig komen we op een gegeven moment onder de wolken uit en kunnen we even relatief warm en droog een kopje koffie zetten en lunchen op een kampeerplekje naast een beekje. Het is hier werkelijk heel mooi. Het doet wel een beetje denken aan Pennsylvania, maar de bergen zijn hoger en steiler en ook de bomen zijn anders - er groeien hier voornamelijk eiken op de hogere hellingen. We dalen hierna rustig verder af, terug naar de auto. Door het vroege vertrek en de beperkte mogelijkheden om uit te rusten en rond te hangen zijn we vroeg terug. Aangezien het ook maar twee uur rijden is zijn we rond 4 uur alweer thuis; zo vroeg zijn we nog nooit geweest. Na een warme douche proberen we voor alle natte spullen een geschikte plaats te vinden om te drogen. Het was al met elkaar toch wel een vermoeiende tocht kennelijk, want om acht uur 's avonds liggen we al op één oor. Kennesaw Mountain National Battlefield ParkVandaag gaan we in gezelschap van Einar een wandeling maken in Kennesaw Mountain National Battlefield Park. Na een uitgebreid ontbijt gaan we op weg naar het noorden van Atlanta. Het is niet ver rijden, maar het staat verbazend slecht aangegeven. Na enige omzwervingen komen we toch aan bij het visitor center. Hier is het duidelijk dat het vlak bij de stad ligt; met het mooie weer is het er druk met dagjesmensen (met kinderen). Er is zelfs geen parkeerplekje meer, maar Sita rent naar binnen om een kaartje te halen en we kunnen weer op weg. We rijden naar de andere kant van het park om daar aan een rondwandeling te beginnen. Ook daar is het redelijk druk, maar we vinden nog een parkeerplaatsje voor de Kereven en gaan op weg. Het eerste stuk van de trail loopt omhoog naar Pigeon Hill, waar resten zijn van de aarde wallen die door de zuidelijken zijn aangelegd aan het eind van de amerikaanse burgeroorlog. Kennesaw Mountain is namelijk de plaats waar de zuidelijken onder aanvoering (figuurlijk natuurlijk... hij liep vast niet zelf vooraan) van generaal Johnston de laatste verdediging van de stad Atlanta uitvochten in juni 1864. Generaal Sherman was met 100.000 noordelijken op weg naar het zuiden en de zuidelijken konden hem niet tegenhouden. Na twee tevergeefse aanvallen op Kennesaw Mountain trok Sherman er uiteindelijk omheen en legde heel Atlanta in de as...
We volgen de trail verder over een bergrug die al snel overgaat in de zuidelijke flank van Little Kennesaw Mountain. Dit is een hele klim en we zijn blij dat het niet al te wam is. Het is steil en nogal rotsachtig hier en daar. De bomen zijn pas net begonnen met uitlopen en tussen de bomen door hebben we een mooi uitzicht op de omgeving aangezien deze bergjes eigenlijk alleen staan in een verder vrij vlak landschap. Boven gekomen gaan we in de zon zitten met een werkelijk fantastich uitzicht. We zetten en drinken een kopje koffie en als we even later weer verder lopen hebben we zelfs uitzicht op downtown Atlanta, zo'n 20 mijl naar het zuiden. We bekijken de oude kanonnen stelling op de top. Deze kanonnen zijn in een nacht omhooggesleept met 100 man per stuk. Geen feest lijkt ons over deze steile rotsachtige hellingen...
Hierna volgt de klim naar het hoogste punt, de echte Kennesaw Mountain. Hier is veel drukker: er rijdt een bus omhoog tot bijna op deze top... Snel wandelen we naar beneden over het drukke pad van het visitor center naar de top. Hierna slaan we af en volgen de trail die ons langs de voet van de bergjes weer terug moet brengen naar de auto. Hier is het weer rustiger en op een veldje gaan we in het zonnetje zitten eten. De rest van de trail is glooiend en een aangename wandeling. Via Pigeon Hill komen we weer terug bij de auto en zijn rond borreltijd weer thuis. Cloudland Canyon State ParkVoor vandaag hebben we een dagwandeling uitgezocht in het uiterste noordwesten van Georgia. Daar ligt Cloudland Canyon State Park met, zoals de naam al doet vermoeden, een canyon. Na een echt zuidelijk ontbijt met gebakken eieren met spek en "grits" rijden we ongeveer twee uur naar het park. Ook vandaag zijn we nog in het gezelschap van Einar.
We zoeken een rots op om uit te puffen en een kopje koffie te zetten. Beneden ons horen we het geluid van een grote waterval en amerikaanse kinderen. Ook op het pad is het behoorlijk druk. Zoals zo vaak zijn we blij dat we hier niet in het hoogseizoen zijn; met dit mooie weer is het al erg genoeg... De trail is mooi aangelegd en loopt precies over het randje van de afgrond. Het is een opeenvolging van schitterende uitzichten waar we dan ook met volle teugen (en oren dicht ;o) van genieten. We schieten natuurlijk niet erg op met al dat gekijk, maar de hele trail is maar 4 en een halve mijl en we hebben tijd genoeg.
Het pad buigt af naar het noorden waar de kloof langzaam breder en minder steil wordt. Hier laten we de meeste mensen achter: die keren hier schijnbaar om. Een eind verder vinden we een grote uitstekende rotspunt met een prachtig uitzicht naar alle kanten, waar we lunchen. We ontdekken een salamander (die in grote verscheidenheid en aantallen in Georgia te vinden zijn) en maken er een foto van. In eerste instantie doen we dat heel omzichtig, maar het beest trekt zich zo weinig van ons aan dat we zelfs even denken dat-ie dood is... dat blijkt niet het geval; uiteindelijk gaat-ie er toch vantussen. We lopen de rondwandeling rond over het plateau waar de canyon in is uitgesleten. Hier is het slechts zacht glooiend en het schiet snel op. We steken een klein stroompje over met onwaarschijnlijk helder water en na dit enige tijd gevolgd te hebben komen we weer op het pad langs de rand van de canyon. We lopen terug naar beneden en besluiten nog even naar de waterval te gaan kijken. Dit pad is breed en verhard en het is redelijk druk. Beneden aangekomen blijkt de waterval behoorlijk indrukwekkend. Er staat niet zoveel water in het stroompje maar het valt echt zo'n 20 meter vrij naar beneden. We kijken nog even naar een stel amerikaanse kinderen en jongeren die ondanks alle bordjes en waarschuwingen naar de waterval toeklimmen en er min of meer onder gaan staan. Helaas gebeurt er niets ernstig en al spoedig beginnen we aan de lange klim naar de auto. Het is werkelijk prachtig weer en met een graad of 25 en vrij vochtig zweten we behoorlijk tegen de tijd dat we weer boven zijn. Er is hier ook nog een "backcountry trail" waar je langs kan kamperen, maar die bewaren we tot een volgende keer.
Cohutta Wilderness
We hebben voor het weekend een wandeling gepland in de Cohutta Wilderness ten noorden van Atlanta. We rijden bijtijds weg en hebben erg veel moeite om de parkeerplaats te vinden. We hebben wel een kaart van de Wilderness, maar daar staan niet de wegen op waar we op aan komen rijden en na wat rondgerij en ge-padvinder komen we natuurlijk toch bij de Wilderness. Op één van de informatieborden zien we dat een groot stuk in het noorden is afgesloten ivm "heavy bear-activity". We moeten onze plannen dus iets aanpassen en rijden naar een parkeerplaats vanwaar we een mooi drie-daags rondje kunnen lopen. We hijsen de rugzakken op onze ruggen en gaan op pad. Deze Wilderness blijkt een goede keus te zijn; het is er erg mooi en we komen bijna niemand tegen. Sita heeft haar nieuwe bergschoenen aan en moet er nog wennen. Als snel moeten we daarom even stoppen om de veters aan te trekken. Op dat moment ziet Frederique een slang in een boom liggen. Dat hebben we nog nooit gezien en zo hebben Wouter en Frederique gelijk hun eerste slang gezien. Er worden uiteraard foto's gemaakt en we kunnen weer verder.
Zo wandelen we kalmpjes voort de hele middag en lassen natuurlijk de gebruikelijke pauzes in voor hapjes en drankjes. De waterfilter werkt uitstekend en het beekwater is een stuk lekkerder dan het water uit de kraan in Atlanta. Ondertussen ouwehoert Wouter aan één stuk door en is Frederique de stille genieter. Aan het eind van de middag kijken we uit naar een kampeerplek aan een beek. Op de plek die we in gedachten hadden staan natuurlijk al tenten, dus gaan de heren op zoek naar een ander plekje aan het water. Ze komen al snel weer terug en hebben een mooie plek gevonden, die een eind van het pad af is en buiten gehoor en zicht van de andere kampeerders. We zetten de tent en het zeiltje op, verzamelen hout en drinken het bier dat Wouter de hele dag in zijn rugzak heeft meegesleept; erg lekker na een hele dag zweten, want het is tenslotte hoog zomer en goed warm... We eten ons standaard pastaprutje, waar we deze keer wat kip uit blik door doen om de geen-veel-vlees-afkick-verschijnselen van Wouter binnen de perken te houden.
Op zondag zijn we bijtijds op. Wouter en Frederique hebben onder het regenzeiltje geslapen, wat voor Frederique helaas voor een niet zo'n goede nachtrust heeft gezorgd. Na het ontbijt en opruimen (leave-no-trace-technieken kunnen weer in de praktijk worden gebracht!), gaan we weer op pad. We moeten vandaag een behoorlijk eind klimmen en leggen niet zo'n lange afstand af. We vorderen maar langzaam en lassen regelmatig op-adem-komen-pauzes in. In de middag bereiken we het hoge punt waar we zo voor gezweet hebben en het is de inspanningen waard: We komen bovenaan een waterval uit met een enorm uitzicht over de vallei. We besluiten vandaag niet verder te gaan, maar te genieten van dit bijzondere punt. Dit is bovendien ook de laatste plek met water op de trail.
We gaan op zoek naar een kampeerplek in de buurt, maar kunnen geen recht stuk vinden om de tent op te zetten. De enige rechte plek bestaat uit rotsblokken naast het watervalletje... Dan maar op de rotsen slapen. Daar kan je de tent ook niet opzetten, maar dat is in dit weer geen probleem; we slapen wel onder de sterren. Het enige nadeel van de rotsen is dat daarna de afgrond begint. Sita heeft hier wat problemen mee, ook omdat de rots iets helt richting de afgrond en ze denkt dat je op je gladde matje zo naar beneden kan schuiven in je slaap. Hier is uiteraard een oplossing voor en Wouter en Chris pionieren een psychologische balk aan de afgrondzijde van het rotsblok. Zo ontstaat er voor Chris en Sita een prachtig tweepersoonsbed onder de sterrenhemel met uitzicht op het dal; heel idyllisch. Voor Wouter en Frederique wordt er op twee hoger gelegen rosten een bed gefabriceerd. Deze rotsen zijn ook niet erg recht en dit wordt opgelost door het gat op te vullen met bomenstammen en bladeren en dat geheel af te dekken met een zeiltje.
Nu we allen vies en bezweet zijn is het tijd om te badderen en wat doen Hollanders liever dan dammen bouwen. Het valt nog niet mee op een diep bad te construeren, maar uiteindelijk liggen we met een welverdiend biertje (weer uit de rugzak van Wouter) in een ijskoud bad. Als we bijna bevroren zijn en het zweet er af is geweekt kunnen we gaan koken. Na onze welbekende, sobere maaltijd zitten we met z'n vieren op een rijtje nog een hele poos naar de sterren te kijken. De volgende dag hebben we nog een lang stuk voor de boeg en we vertrekken weer bijtijds. Eerst moeten we nog een heel stuk klimmen, maar na de koffie is het klimmen gelukkig voorbij en hoeven we alleen nog maar te dalen naar ons beginpunt. We doen het rustig aan en komen uiteindelijk aan het eind van de middag moe, maar voldaan weer bij de auto. Het lijkt er een beetje op alsof er in de auto is ingebroken, maar we missen in eerste instantie niets, alleen de kaart van de VS is weg. We denken echter dat deze misschien onder de bank is geschoven. In Atlanta komen we er echter achter dat de deuropener van de garage weg is (wat moet je ermee, vroegen we ons af) en later blijkt dat inderdaad de kaart weg is en doosje met gereedschap. Heel vervelend natuurlijk, maar we zijn al lang blij dat ze niet iets aan de auto kapot hadden gemaakt, want we zaten daar op die parkeerplaats wel 10 mijl van de bewoonde wereld vandaan! Providence Canyon
Providence Canyon is in het begin van de 19e eeuw ontstaan door mensenhanden. De settlers die er toen woonden hadden het gebied kaalgekapt om landbouw te kunnen bedrijven. Het gebied is heuvelachtig en steil. De boeren echter ploegden zodanig dat de voren recht over de heuvel naar beneden liepen. Omdat de ondergrond hier heel zacht en zanderig is ging dat niet lang goed en al snel begonnen de akkers geulen te vertonen. Rond 1850 waren deze geulen al ruim een meter diep en kon het water in deze erosie-gevoelige grond zijn gang gaan. In de jaren die erop volgden sleep het water de kloof steeds dieper uit. Nu is de kloof 50 meter diep en heeft de bijnaam Georgia's Little Grand Canyon gekregen. In de jaren dertig is geprobeerd door middel van herbebossing het erosieproces af te remmen, maar dat heeft weinig effect. Inmiddels is het gebied een State Park geworden.
Onze wandeling door Providence Canyon State Park begint op de Backcountry Trail. Het pad leidt naar beneden naar de bodem van de kloof, en vervolgens weer omhoog aan de zuidkant. Hier slaan we rechtsaf en al gauw laten we de kloof achter ons. Als we een half uurtje onderweg zijn wordt onze aandacht getrokken door geritsel in de droge bladeren op de grond. Een beest zit duidelijk dichtbij ons en maakt enorm veel herrie. Wij vragen ons af wat het zou kunnen zijn, aangezien de meeste beesten op de vlucht gaan als ze ons horen aankomen. Dit beest trekt zich echter niet van ons aan, dus onze nieuwsgierigheid is gewekt. Het blijkt een armadillo (gordeldier) te zijn! Behalve dood langs de weg hebben we deze nog nooit gezien en dan nu nog wel zo dichtbij! Er een foto van maken blijkt een bijna onmogelijke klus omdat armadillo's heel snel kunnen lopen en dit exemplaar niet netjes even stil blijft zitten voor de foto. Maar hij gaat niet direct op de vlucht dus kunnen we hem goed van dichtbij bekijken. We zijn natuurlijk als kinderen zo blij dat we dit beestje eens in het echt zien en vervolgens komen we er nog twee tegen... Hier in Providence Canyon zijn ze blijkbaar niet zo zeldzaam. De kampeerplekjes aan de Backcountry Trail zijn niet geweldig. Op alle plekken ligt glas en als we op de plek komen waar we willen overnachten begint Chris met glas te rapen, zodat we niet in het donker in de scherven grijpen als we een houtje op het vuur willen doen.
Op zondag is het nog maar een klein stukje terug naar de auto. We laten daar de rugzakken achter en gaan met een lunch en fototoestel in de hand nog een stukje lopen over de rand van de kloof. Op verschillende plekken hebben we een mooi zicht op de rode, gele en witte zandlagen. Als we een mooi lunchplekje zoeken komen we armadillo nummer vier tegen... Na nog wat rondgekeken te hebben op de bodem van de kloof gaan we terug naar de auto en rijden weer naar Atlanta. Cheaha WildernessDit weekend moet er nodig weer eens flink gewandeld worden en we kiezen daarvoor de Cheaha Wilderness in Alabama. Een andere staat en zelfs een andere tijdzone, maar uiteindelijk is de trailhead maar een uur en driekwartier rijden. Wij zijn er redelijk op tijd en na ons te registreren middels een kaartje aan het informatiebord bij de trailhead zijn we om kwart voor twaalf aan het lopen. (Op het infobord staat trouwens dat er een stookverbod was, maar dat gold gelukkig slechts tot half september). De trails in deze wilderness liggen voornamelijk op de top van heuvelruggen dus er is vrijwel geen water langs het pad te verkrijgen. We nemen dus weer meer dan tien liter water mee voor deze twee dagen. Het zou niet al te wam worden, maar wel zonnig en we kunnen nu eenmaal goed zweten... We wandelen door een dalletje langs een beek met mooie overhangende rotspartijen. Na vijf minuten ziet Sita al een slang, die echter snel het hazepad kiest zonder dat we 'm goed kunnen bekijken. Het pad klimt gelijkmatig maar gestaag en na een minuut op twintig gaan we er eerst maar 'ns bij zitten om te lunchen. We lopen daarna nog een driekwartier over deze Nubbin Creek trail, waar Sita een mooie grote denneappel meeneemt, tot we bij een splitsing met de Cave Creek trail komen. Hier gaan we linksaf, nog steeds omhoog. Hier ontdekken we ook dat de topografische kaart die we bij ons hebben weliswaar prima is, maar dat de trails hier niet erg nauwkeurig op zijn aangegeven. Het pad gaat op een gegeven moment in haarspeldbochten omhoog. Dit staat ook wel op de kaart, maar de manier waarop dit op de kaart staat getekend zou doen vermoeden dat het pad de ene kant op omhoog loopt en de andere kant op weer naar beneden... In ieder geval kunnen we ons op de hoogte lijnen aardig goed orienteren en we vorderen gestaag - maar niet zo snel met al dat klimmen. Deze trail wordt duidelijk niet veel gebruikt; het is hier en daar behoorlijk overgroeid en soms moeilijk te volgen. Na een mijl of twee komen we bij de Odum Trail aan. Net als Chris rechtsaf wil slaan ontdekt hij een spinneweb, met een enorme spin erin. We kunnen deze spin helaas niet terugvinden in het boekje, maar we nemen een foto zodat we het later misschien met een ander boekje nog 'ns kunnen proberen. De spin was druk bezig met het weven van een web en we hebben er een tijdje met studie naar staan kijken. De Odum trail brengt ons zonder veel stijgen of dalen naar de Pinhoti trail (naar de woorden "pinwa" en "huti", respectievelijk kalkoen en huis in de taal van de Creek indianen). Deze trail is meer dan 100 mijl lang en loopt door het hele Talladega National Forest. Vandaag en morgen lopen we er een klein stukje van. Bij de Pinhoti trail ontmoeten we de eerste mensen. Een groepje van 4 is kennelijk van de andere kant (de westkant) gekomen en keren nu weer terug. Die trail beklimt de steile kant van de bergrug waar de Pinhoti trail over loopt. Deze rug is een kilometer of 10 lang en zo'n 300 meter hoger dan het omringende land. We volgen de Pinhoti trail nog een half uur en komen dan bij een rotsig stuk vanwaar we een adembenemend uitzicht hebben (of, zoals Sita het zegt, "je kan helemaal naar Louisiana kijken" en dat ligt nog twee staten verderop dus ga maar na...). Hier tovert Sita volgens oud gebruik (en tot de onuitsprekelijke verrassing van Chris) een fles champagne uit d'r rugzak. Het is zondag onze trouwdag, maar om nou zondagochtend met z'n tweeën voor de wandeling nog een fles champagne soldaat te maken... Daarom borrelen we er lekker deze middag al mee. De wespen vinden het ook lekker, dat is een beetje jammer.
We zetten ons tentje op (alleen de binnentent) en sprokkelen hout voor het kampvuur. Ook ontdekken we een enorm insect, dat een beetje op een wandelende tak lijkt met een kleintje (mannetje, vrouwtje, jong?) op z'n rug. Na de maaltijd zitten we op onze lauweren - na het bewonderen van een schitterende zonsondergang - en drinken pastis en bakken en eten popcorn bij het licht van het kampvuur als Chris ineens een beestje over de steen ziet kruipen naast Sita. Nadere inspectie leert dat het een schorpioen is! We hadden geen idee dat die hier ook zaten en hebben er nog niet een eerder in het wild gezien. Hij blijft rustig zitten en we maken op ons gemakje een foto. Daarna mikken we heb toch maar een eind de struiken in... De volgende ochtend blijven we tot een uur of 9 liggen en staan daarna maar 'ns op om te ontbijten en vooral om koffie te zetten. Chris ontdekt dat beide sokken nu voor een van z'n schoenen liggen, terwijl hij ze toch ieder in een eigen schoen had gestopt gisteravond... Het blijkt dan een muis zijn schoen een uitstekend huis vond en de sokken prima nest materiaal (rare jongens die muizen). De sokken vertonen nu overal zulke grote gaten dat ze meteen in de vuilniszak kunnen; dat scheelt weer in de was. Tegen elf uur zijn we weer op pad. We volgen de Pinhoti trail in noordelijke richting, waar we na ruim een mijl een zijpad hebben dat ons weer terug brengt op de Cave Creek trail. Na ruim drie kwartier lopen, door een prachtig open bos met rotsen en hier en daar een glimps van een uitzicht , wordt duidelijk dat we de afslag gemist hebben. Aangezien we nu niet precies weten waar we zijn (de trail loopt kilometers in dezelfde richting en zoals we al wisten is de ligging van de trail op de kaart niet erg betrouwbaar) besluiten we door te lopen tot een grote bocht in de trail. Dan weten we precies waar we zijn, kunnen dan de afstand en dus ook de tijd die we nodig hebben om terug te lopen naar de afslag bepalen en dan weten we dus ook precies waar we moeten zoeken. Zo lopen we nog een tien minuten verder en schatten dat de afslag ongeveer 25 minuten terug is. Nog 'ns 25 minuten later zijn we waar de afslag zou moeten zijn, maar we zien niets. Alle splitsingen van trails zijn hier aangegeven met borden, dus hier begrijpen we niets van. We lopen nog een stukje door, lopen weer terug, maar niets hoor. De enige aanwijzijng die we hebben is een steenhoop, maar daar zien we toch ook geen trail. We besluiten om op het kompas naar beneden te lopen door een stuk bos dat niet te steil en ook niet al te dicht begroeid is. Al snel zijn we aangeland op de beoogde trail, waar we besluiten om eerst maar 'ns te lunchen en soep te maken. We wilden ook nog wel koffie, maar de wespen maken ons het leven zo zuur, dat we maar weer inpakken en wegwezen. Een paar minuten later zijn we op de oostelijke splitsing van het verbindingstrailtje, natuurlijk weer netjes aangegeven met een bordje. We zijn nu toch wel nieuwsgierig en laten de rugzakken achter om snel over de trail naar boven te lopen. Daar blijkt de trail boven door een stenenveld te lopen, waardoor het niet te zien is dat er een trail is. Verder is er een fire ring waar we notabene naast gestaan hebben een uur eerder - op het pad dus - maar we hebben het niet gezien. De bordjes zijn kennelijk opgestookt ofzo... We leggen een aantal steenmannetjes aan als markering en lopen weer terug naar de rugzakken. Nu weten we in ieder geval weer waar we zijn en gaan weer vol goede moed op pad -steeds maar bergaf naar de auto vanaf hier.
Ook dit pad wordt kennelijk weinig gebruikt en we lopen regelmatig door takken, struiken en spinnewebben - sorry spinnen... Op een gegeven moment voelt Chris iets branden aan z'n been en Sita voelt direct daarna hetzelfde, maar dan helaas nog veel sterker. We smeren onmiddelijk wat after-bite op de plekken maar het blijft erg onaangenaam. Chris gaat een paar stappen terug de trail op om te kijken wat voor plant dit op z'n geweten heeft, want daar willen we niet weer tegen aan lopen. Hij kan echter alleen geheel onschuldige planten en struiken ontdekken. Onverrichterzake weer terugkerend brandt hij zich opnieuw. Nu ziet hij iets onregelmatig aan het blad van een heel jong boompje. Voorzichtig het blad omkerend zien we een heel merkwardig soort rups, zo te zien zonder open, maar met drie harige uitsteeksels die kennelijk dit stekende effect hebben. Dit wezentje - met z'n groene en witte kleuren en z'n donkergrijze uitsteeksels niet echt een rups te noemen - staat ook niet in het boekje natuurlijk. Wel maken we ook van dit monster een foto en onze wonden likkend lopen we door. Even later zijn we op de spitsing waar we op de heenweg ook langskwamen. Het rondje zit er op en nog een uur afdalen later zijn we weer terug bij onze trouwe kereven. |
||
|
|
||