terug naar index

Padvinders in Atlanta 2002


Dit verhaal is een combinatie van het verslag van Maarten en het dagboek van Chris en Sita. Maarten; nog erg bedankt! Ook voor de foto's.
  • Dag1 - Vrijdag 11 oktober 2000
  • Dag 2 - Zaterdag 12 oktober 2000
  • Dag 3 - Zondag 13 oktober 2000
  • Dag 4 - Maandag 14 oktober 2000
  • Dag 5 - Dinsdag 15 oktober 2000
  • Dag 6 - Woensdag 16 november 2000
  • Dag 7 - Donderdag 17 november 2000
  • Dag 8 - Vrijdag 18 november 2000
  • Dag 9 - Zaterdag 19 november 2000
  • Dag 10 - Zondag 20 november 2000

Vrijdag 11 oktober 2002

(Maarten) Dit jaar bezoeken we Chris en Sita met een afvaardiging van 5 stamleden. Naast de vaste Amerika-gangers heeft Jeroen zich ook bereid verklaart om de gevangenen te bezoeken. (Aangezien de visa nog steeds niet goed geregeld zijn kunnen Chris en Josita het land niet uit, vandaar.) De vertrektijd is dit keer gelukkig niet zo erg vroeg en zonder problemen wordt de reis begonnen. In Londen blijkt dat Mariena een andere opvatting over wapens heeft dan de autoriteiten en als gevolg hiervan wordt haar nagelschaartje een permanent verblijf in Groot Brittanië aangeboden. Na een verder goed verlopen vliegreis komen we in de middag aan op het vliegveld van Atlanta. Als gevolg van de strengere veiligheidsmaatregelen kunnen Chris en Sita ons niet op de international terminal ophalen en dus moeten wij het zelf onze weg zoeken naar de uitgang. Dat valt nog niet mee. Ondanks de duidelijke mailtjes vanuit Amerika vooraf lopen wij als een kudde achter Hein aan die het blijkbaar ook niet weet. Hierbij voor de volgende keer een kaartje van het vliegveld. Dus na enige omzwervingen komen we toch nog bij de bagageband, alwaar Chris en Sita al op ons staan te wachten. Niet veel later zijn we in Marietta en is het tijd voor biertjes op het terras. Deze avond wordt er natuurlijk uitgebreid bijgekletst.

(Sita) Vandaag komen de padvinders aan in Atlanta. ’s Ochtends heb ik eerst een ultra vroege vergadering bij Sandra, waar ik gepromoveerd word tot Deputy Director/COO. Dit betekent natuurlijk meer werk en daarbij moet ik een deel van mijn collega’s gaan managen. Brrr. Sandra is helemaal in de stress door de hoeveelheid werk die ze moet doen en het weinige geld dat er binnenkomt. Daarom krijg ik dus deze taken erbij. Ik ben waarschijnlijk de enige niet-betaalde Deputy Director in de VS; grappig. Na deze promotie komen Jim (board) en Caroline (intern) aan bij Sandra en hebben we nog een bespreking over de capital campaign.

Na deze besprekingen vertrek ik naar Roosevelt State Park, waar het AIM zomerkamp moet gaan plaatsvinden. Ik had het kamp nog niet gezien en wil geen aanbetaling doen zonder een kijkje te hebben genomen. In het park blijkt dat ik beter vantevoren had kunnen bellen, want ze verwachten een groep en willen me niet op het terrein laten. Na veel zeuren krijg ik toch de sleutel en het kamp ziet er gelukkig goed en schoon uit.

Ik ben veel vroeger terug in Atlanta dan ik had verwacht en heb nog tijd genoeg om wat boodschappen te doen en een waffel naar binnen te schuiven in de Waffle House. Daarna naar het vliegveld om de padvinders op te halen. Naast de vaste Amerika-gangers, is ook Jeroen van de partij dit jaar. Op het vliegveld voegt Chris zich bij me en al gauw zien we de padvinders de roltrap opkomen. Als gevolg van de strengere veiligheidsmaatregelen kunnen wij niet meer naar de international terminal en moeten de padvinders zelf hun weg zoeken naar de uitgang. Dat bleek nog niet zo mee te vallen. Na enige omzwervingen komen ze gelukkig toch boven water en niet veel later zijn we in Marietta en is het tijd voor biertjes op het terras. Deze avond wordt er natuurlijk uitgebreid bijgekletst.

Zaterdag 12 oktober 2002

Onze culturele dag. ’s Ochtend laden we alle padvinders in de kereven en vertrekken naar New Echota. Chris heeft besloten om thuis te blijven om de BBQ voor te bereiden. New Echota was de hoofdstad van de Cherokee Nation, die hier is opgericht begin 19e eeuw om een soort van tegenwicht te bieden aan de oprukkende blanke beschaving. Niet door zich gewapend te verzetten, maar door het opzetten van een vergelijkbare structuur betreffende bestuur, rechtspraak e.d. hoopten de Cherokee’s hun onafhankelijkheid te behouden. Aan deze illusie werd door de aanname van de "Indian Removal Act" in 1830 een einde gemaakt en in 1838 werden de laatste Cherokee’s afgevoerd naar de andere kant van de Mississippi. Dit was de zogenaamde “Trail of Tears”. We maken hier een uitgebreide wandeling langs de gerestaureerde gebouwen.

Na een lunch bij een Waffle House gaan we in de middag nog wat verder terug de historie in. We gaan naar de Etowah Indian Mounds, een plaats waar in de tijd van de Spaanse verkenning door Hernando deSoto (1540) van Amerika al een vestigingsplaats van Indianen was. Het was toen de gewoonte om boven op het oude huis van een hoogwaardigheidbekleder een nieuw huis voor zijn opvolger te bouwen. Zodoende zijn er dus een aantal heuvels gemaakt die voor historische grondvroeters erg interessant is. Een aantal van deze heuvels is dan ook afgegraven en daarna weer opgebouwd, maar de grootste heuvel is nog niet “leeggehaald”.

Als we terug komen in Marietta blijkt waarom Chris deze dag is thuisgebleven. Hij is de hele dag al bezig met het bereiden van de meest lekkere dingen voor de barbecue deze avond. Hij heeft o.a. een hele lading spare-ribs gerookt en lekkere salades gemaakt. We laten het ons goed smaken die avond.

Zondag 13 oktober 2002

De ochtend wordt besteed aan inpakken voor de grote kanotocht. We moeten natuurijk eten en biertjes meenemen, maar ook water om te drinken, te koken en te wassen. De vloer van de kereven is dus een waterpartij en ze hangt behoorlijk laag. Het is vijf uur rijden naar de Okefenokee Swamp in het zuiden van Georgia. Aangezien we ons om 10 uur ’s ochtends in het park moeten melden, moeten we wel de dag vantevoren weg. Onderweg lunchen we bij een Subway en aan het eind van de middag komen we aan in Laura S. Walker State Park, waar we de nacht zullen doorbrengen. Als de tenten staan gebruiken we een avondmaaltijd van hotdogs van de barbecue met koolsalade en biertjes.

Maandag 14 oktober 2002

Het is nog maar een klein eindje naar Okefenokee alwaar wij het moeras zullen gaan verkennen met de kano. Chris en ik doen het papierwerk en krijgen gelijk het weerbericht te horen: vandaag mooi met 100% kans op regen. Een beetje regen zal ons niet deren en we laden alles (o.a. de 90 liter water) in de kano’s en gaan op pad. Omdat we met een oneven aantal zijn, zitten Mariena en Jeroen bij Hein in de boot en wisselen het peddelen af. Onder een stralende zon peddelen we over het Suwannee kanaal naar onze plek voor de lunch, Coffee Bay Shelter. Het is erg stil op het kanaal en het water is zo spiegelglad, dat het soms moeilijk te zien is waar de oever overgaat in water.

Bij Coffee Bay worden we geconfronteerd met twee aspecten van het wild in het moeras. Allereerst ligt er bij deze shelter een behoorlijke alligator te wachten tot wij hem onze restjes aanbieden (niet dus). Ten tweede zitten er hier behoorlijk agressieve stekende insecten. Vooral Mariena vinden ze erg lekkerder. Helaas blijkt zij allergisch voor deze steken te zijn en vormen de steken al snel behoorlijke zwellingen op haar voeten en enkels. Iedereen bemoeit zich er natuurlijk mee: moet je geen schoenen/sokken aan, moet je antimuggenzooi en dat soort praat. Gelukkig hoeven we de tocht niet af te breken en in de loop van de middag als we weer op het water zitten, trekken de zwellingen langzaam weg. Op weg naar Round Top Shelter, waar we zullen overnachten, betrekt de lucht. We hebben nu het kanaal verlaten en varen door een mooi, open stuk moeras. Hierdoor kunnen we ook mooi de onvermijdelijke buien zien aankomen... We krijgen de volle laag. Gelukkig is het niet koud en Chris en ik besluiten om de regenjassen maar niet op te graven; nat worden we toch. Er steekt ook een straffe wind op en we moeten echt hard werken om bij de shelter te komen. Gelukkig trekt het onweer niet precies over ons hoofd, want er is in de wijde omtrek geen schuilplaats te vinden. Het is hier echt helemaal open en als je van het “pad’ afgaat kom je vast te zitten tussen de moerasplanten, dus dat is geen optie. Eenmaal bij de shelter klaart het iets op en kunnen we ons omkleden en de natte zooi ophangen. Het onweer lijkt echter nog niet voorbij en we besluiten om direct de tenten op te zetten nu het even droog is. Dat blijkt een goede keuze, want niet veel later regent het weer. Daarbij komt dan nog ongelooflijk onweer en een wind die de regen echt ver onder het platform laat slaan. Deze shelter heeft dan weliswaar een dak, maar droogblijven is er niet bij. Om een enigszins droge plek te creëren hangen we het zeiltje op. Tijdens de storm blijkt het precies goed te hangen om Chris te beschermen die onze maaltijd van oplospasta aan het brouwen is. Het onweer is oorverdovend en nu het donker wordt is het ook een stuk kouder. We zitten op een kluitje onder het dak en achter het zeiltje. Gebruik maken van het toilet is geen feest: niet alleen omdat deze ongekend smerig is, maar ook omdat je er niet droog kan komen. Rennen is ook geen optie op de natte planken van het vlonder. Na bijna vier uur hevig onweer, wordt het aan het eind van de avond wordt het gelukkig weer droog en kunnen we droog in de tenten kruipen.

 

Dinsdag 15 oktober 2002

De volgende morgen blijkt wat een ongelooflijke hoeveel water er gevallen is. Er staat 20 centimeter in de kano’s. Een mooi badje om handen en gezichten te wassen. Na een ontbijt van koffie, thee en broodjes pakken we alles weer in de kano’s. Deze dag is het weer om te beginnen wat troosteloos; er hangt een dik wolkendek en het miezert. Als we de open vlakte verlaten hebben, wordt het gelukkig wat beter. We lunchen bij Canal Run Shelter, alwaar ook weer een grote alligator komt kijken of er wat te halen valt. Hoewel je van alle kanten op het hart wordt gedrukt om de alligators toch vooral niet te voeren, blijken ze toch procies te weten waar wat te halen valt. Niet zo best natuurlijk, want het zijn wilde beesten die ook nog erg snel en erg sterk zijn en absoluut niet bang voor mensen. Na de lunch peddelen we naar Coffee Bay Shelter, waar we de tweede nacht zullen doorbrengen. Als we daar aankomen ligt daar diezelfde grote alligator nog steeds te wachten. Chris ziet hem net op tijd en kan voorkomen dan Sita er tegenop kanoot (nee joh, dat is geen alligator... oh ja, toch wel). Bij het uitstappen komt vriend Al net wat dicht bij de kano die Hein aan het uitladen is. Dat gerommel bij zijn kop vindt Al maar niets en met een luid gesnuif probeert hij Hein weg te jagen. Het is maar goed dat Hein zijn beloofde strikje niet bij de hand heeft. We brengen de avond door met natuurlijk eindeloos over Al te praten (hij blijft daar maar liggen wachten op hapjes die maar niet komen): dat hij makkelijk de kant op kan klimmen; of hij dat ook zal doen ’s nachts; dat je erlangs moet naar de wc (die wederom behoorlijk smerig is); enz.

Woensdag 16 oktober 2002

We worden ’s nachts niet opgegeten door Al en maar zien hem de volgende ochtend wel weer verschijnen om op zijn vaste plek in het water te gaan liggen. We hebben vandaag stralend weer en na een ontroerend afscheid van Al gaan we op weg. Omdat we nog het hele eind terug moeten rijden naar Atlanta, kunnen we slechts een halve dag peddelen en we besluiten via een omweggetje naar de uitstap plaats te gaan. Onderweg zien we – eindelijk - een schildpad! We hadden verwacht er veel meer te zien in het moeras. We hebben de afgelopen dagen veel spinnen en redelijk wat alligators gezien, maar geen andere beesten (wel een boom met duidelijkere krabsporen van een beer dan we ooit eerder gezien hebben). Terug bij de uitstapplaats, gebruiken we de lunch en vangen de terugreis aan. Thuis wordt de dag afgesloten met een, inmiddels traditionele, maaltijd van pizza en bier.

Donderdag 17 oktober 2002

Donderdag is weer een dag die begint met inpakken en wegwezen, alleen nu om op weg naar een wandeltocht te gaan. Met de auto gaan we naar de Cohutta Wilderness Area. Daar beginnen we met de Beech Bottom trail, die ons over een heuvelrug heen voert naar de oever van Jacks River, alwaar we ons kampement opslaan voor de nacht. Tijdens het lopen valt wel op dat Jeroen ervan houdt om met een straf tempo de berg op te lopen. Al snel zijn er een aantal “gelost”, maar dat maakt niet zoveel uit. Iedereen gaat gewoon op zijn eigen tempo omhoog, het is immers geen wedstrijd. Het is duidelijk dat er hier vaak wordt gekampeerd, we moeten aardig ver weg ons brandhout sprokkelen. Ondanks het feit dat Hein goed zijn best heeft gedaan is al het hout aan het eind van de avond toch op.

Vrijdag 18 oktober 2002

De vrijdag is DE loopdag. Als eerste steken we Jacks River over, en dat betekent de watersandalen aan en waden door kniehoog koud water. Daarna is het aan de overkant even zoeken voordat we de Hickory Ridge trail hebben gevonden. Hier begint een klim die ons langzaam maar zeker van 1600ft naar 3200ft zal leiden. Niet ver voor het hoogste punt van de dag gebruiken we de lunch en vanaf het hoogste punt nemen we de East Cowpen trail naar beneden. Daar gaan we weer verder op de Rice Camp trail en dan is het (eindelijk) tijd om een kampeerplekje te zoeken. We hebben inmiddels al heel wat wandelaars gezien –het weekend is begonnen- en we vrezen dat het vinden van een mooi plekje nog wel eens tegen zou kunnen vallen. De kaart geeft aan dat er in dit dal niet zoveel bredere stukken zijn waar we zouden kunnen kamperen. Uiteraard vinden we toch een mooie plek en we staan deze nacht geheel verscholen en beschut in het dal, vlak langs een stroompje. We eten wederom oplospasta en zitten lang te ouwehoeren bij het vuurtje. Het was een zware dag vandaag, maar gelukkig is er altijd wiskey en pastis.

Zaterdag 19 oktober 2002

 

Op deze laatste dag van de tocht lopen we eerst de Rice Camp trail af naar Jack’s River. Daar aan de overkant van de rivier gaan we verder op de Jack’s River trail. Omdat de vorige keer dat we in dit gebied waren we 23 keer over moesten steken, lopen we een heel stuk op onze sandalen. Maar op dit deel van Jack’s River is dat na een oversteek is niet meer nodig. Op een plekje dat ook populair bij vele anderen is, lunchen we in de volle zon naast een mooie waterval. Even later lopen we weer via de Beech Bottom trail terug naar de auto’s. We komen ontzettend veel wandelaars tegen en het valt op dat ze allemaal kinderen bij zich hebben. Uiteindelijk vragen we aan een groepje wat er toch aan de hand is dit weekend; waarom het zo druk is en waarom er zoveel kinderen in het bos rondlopen. Het blijkt dat het Juvenile Hunting Weekend is (?). Chris vraagt nog of dat betekent dat men op de jeugd jaagt. Deze Amerikaan kon er zowaar om lachen en vond het wel een goed idee.

Eenmaal terug in Marietta is het tijd om om te kleden en te douchen, want we willen uit eten. De keus is gevallen op Daddy D’z, een ontzettend lekker BBQ-restaurant in het hartje van Atlanta. Op weg naar het restaurant moet Chris nog wel even Bill bellen, want we zijn het niet helemaal eens waar het nu ook alweer was en hoe je er komt. We rijden er toch in een keer naar toe en het eten (en de locatie) valt in de smaak bij de padvinders. Of zoals Maarten zegt: “Hier krijg je een hoeveelheid vlees die je maar net op kan, maar het feit dat het zo lekker is helpt wel in het opeten. Dat dan lekker weggespoeld met een Hoegaarden. Echt een aanrader.” Sita had aangeboden om te rijden en krijgt helaas geen Hoegaarden... snik. Terwijl we zitten te eten komt Tommy van Laughing Matters binnen en zo kunnen de padvinders nog even een mooie limerick ter gehore brengen. We hadden in de Cohutta Wilderness geoefend. Deze was dan weliswaar in het Nederlands, Tommy kon het toch waarderen.

Zondag 20 oktober 2002

Zondag is alweer de dag van het afscheid, maar na het inpakken is het niet gelijk wegwezen. Een bezoekje aan Atlanta zonder aandacht te besteden aan de burgeroorlog kan natuurlijk niet, dus gaan we naar Kennesaw Mountain. Dit is een plek waar gedurende de Amerikaanse burgeroorlog nogal flink gevochten is. De zuidelijken hebben hier enige tijd stand gehouden in de verdediging van Atlanta en hebben de noordelijken hier zware verliezen bezorgd. Eerst maken we een rondje bij Cheatham Hill, alwaar de loopgraven uit die tijd nog te zien zijn en daarna gaan we naar Kennesaw Mountain zelf. Dat is een behoorlijke berg in het landschap die de zuidelijke kanonniers een goed schootsveld gaf. Vanaf het visitor center kan je met de bus omhoog. Dat doen wij ook, maar het is wel een oude schoolbus, berekend op kleine kinderen. Die lange Hollanders, die passen niet zo goed. Even later kunnen we bovenop de berg genieten van het uitzicht, en wederom hebben we het zo geregeld dat het uitzicht in de verte ons ontnomen wordt door het weer (Net als op Stone Mountain, 2 jaar terug). Als we echter rondlopen tussen de nog opgestelde kanonnen steekt er een slang van ong. 1 meter lengte zo het pad voor onze neus over. We besluiten ons niet nogmaals op te vouwen in de bus en lopen naar beneden.

Op de weg terug naar huis doen we nog wat boodschappen om thuis lekker pannenkoeken te bakken als lunch voordat we ieder weer onze weg gaan. Tijdens de lunch begint het stevig te regenen en onderweg naar het vliegveld regent het zo hard dat je geen hand voor ogen ziet op de snelweg. Met een kleine vertraging komen we aan op het vliegveld, waar iedereen ingecheckt: Mariena, Co, Jeroen en Hein voor hun vlucht naar Nederland en Maarten voor zijn vlucht naar Florida waar hij nog een weekje vakantie gaat vieren.

inhoud | index